Mr. van de week: Janne Nijman

Delen:

Janne NijmanMr. van de week is Janne Nijman. Het Gieskes Strijbis Fonds heeft haar een vierjarige onderzoekssubsidie toegekend voor het onderzoeksproject ‘The Global City: Challenges, Trust, and the Role of Law’. Nijman is wetenschappelijk directeur van het T.M.C. Asser Instituut en hoogleraar History and Theory of International Law aan de UvA. Dankzij deze subsidie kan het Asser Instituut vier promovendi aanstellen voor de duur van vier jaar.

Gefeliciteerd. Waar heeft u deze eer aan te danken?

Ik heb een onderzoeksvoorstel geschreven en dat oogstte enthousiasme bij het Fonds. Ik doe al een paar jaar onderzoek naar de relatie tussen wereldsteden en internationaal recht – een relatief nieuw onderzoeksveld – en in dit voorstel komt die onderzoekslijn samen met een andere onderzoekslijn, namelijk mijn onderzoek naar het volkenrechtelijke denken in de vroege moderniteit: de tijd dat vanuit wereldsteden zoals Amsterdam, London en Madrid handelsbetrekkingen werden aangeknoopt met volkeren op andere continenten, maar ook de tijd dat de slavenhandel opkwam en kolonisatie begon.

Twee van de promovendi gaan de 17e eeuwse geschiedenis van Amsterdam onderzoeken, met name de invloed van het sociaal-politieke en juridische gedachtengoed van de Portugees-joodse gemeenschap op het juridische denken over stedelijke diversiteit, identiteit en burgerschap en op het volkenrechtelijke denken over handelsrelaties met niet-Europese volkeren. Wat is het belang voor onze tijd?

De parallel met het 17-eeuwse Amsterdam als global city is snel gemaakt; inwoners overal vandaan die ondanks grote culturele en religieuze verschillen vreedzaam samenleven (al was het niet altijd zo tolerant als sommige rooskleurige geschiedschrijving suggereert) en een plek vanwaar kooplieden wereldwijde (handels)betrekkingen onderhielden. In beide projecten gaat het om de invloed van het Portugees-joodse gedachtengoed op de ontwikkeling van het 17e eeuwse denken over het volkenrecht en natuurrecht. Het heden is bepaald door het verleden, en zoals Quentin Skinner het zo mooi opschreef: to learn from the past – and we cannot otherwise learn at all – the distinction between what is necessary and what is the product merely of our own contingent arrangements, is to learn the key to self-awareness itself.

De andere twee promovendi zullen onderzoeken welke rol het internationaal recht (mensenrechten) speelt bij de manier waarop wereldsteden in de 21e eeuw omgaan met urgente sociale problemen. Maar internationaal recht is toch vooral een instrument van staten, en niet van steden?

Goed punt, en dat zal ook niet snel veranderen. Voor het internationaal recht was de stad traditioneel ‘onzichtbaar’, de stad lag immers verscholen ‘achter’ de soevereiniteit van de staat. Maar er is iets aan het veranderen. Ik signaleer drie trends, globalisering, urbanisatie, en decentralisatie. Deze werken zo op elkaar in dat de stad zelf internationaliseert. Of het nu gaat om bestrijding van terrorisme, van een epidemie of van klimaatverandering – het moet gebeuren in de stad. Daarbij kijken stadbesturen steeds vaker direct naar het internationaal recht: hoewel de VS geen partij is bij het Kyoto-protocol passen meer dan 1000 burgemeesters op basis van een onderlinge overeenkomst wèl de Kyoto-norm toe in hun stad.

Welk bruikbaar resultaat kan dit onderzoek (naar het internationaal recht) opleveren voor onze samenleving?

De wereld verstedelijkt razendsnel. Nu al woont meer dan 50% van de wereldbevolking in steden. Het is belangrijk verder na te denken over de invloed van globalisering, verstedelijking en decentralisatie op het internationaal recht en over de rol van dat recht – de rechten van de mens – in (het besturen van) de stad. Maar we moeten ook ons begrip vergroten van de invloed die deze ontwikkelingen hebben op de positie van de stad en het stadbestuur in de gelaagde structuur van de internationale gemeenschap.

Als u het voor het zeggen had dan…?

Dan kreeg iedere rechtenstudent in de Bachelor minimaal 14 weken ‘Internationaal Publiekrecht’; dan bracht Nederland de financiering van ‘het eerste geldstroom’ onderzoek weer op peil en dan werd op alle middelbare scholen vergelijkend godsdienstonderwijs gegeven.

Wat of wie is in uw juridisch bestaan uw bron van inspiratie?

Ik heb recent twee artikelen geschreven over het werk van Hugo de Groot. Wat mij fascineert en ook wel inspireert, is het nadenken over recht als een mogelijke bron van vertrouwen. Kan het recht zodanig de mens faciliteren dat er ruimte ontstaat voor verstandige, respectvolle keuzes of. Wijlen mijn leermeester Peter Kooijmans is tot op de dag van vandaag een bron van inspiratie omdat hij in staat was in volkenrechtelijke zaken een dergelijk oordeel mee te nemen.

Als u uw buurmeisje van 6 moet uitleggen wat uw werk inhoudt, wat zegt u dan?

Dan vertel ik hoe mooi het is les te geven en om, als onderzoeker, altijd haar favoriete vraag ‘waarom?’ te mogen stellen.

Welk wetsartikel vindt u het mooist?

Art 1 van de Grondwet vind ik het mooist.

Welke juridische website raadpleegt u vaak?

De International Law Reporter en de website van de European Society for International Law.

Welk boek las u het laatst?

Robert Harris’ The Dictator.  Het laatste deel in zijn Cicero-trilogie. Ik heb ze alle drie verslonden. Wat een pageturners, fantastisch hoe Harris het oude Rome en de jurist Cicero tot leven brengt. Ik raad zijn boeken altijd aan mijn studenten aan.

Met wie zou u een gevangeniscel willen delen?

Met niemand anders dan met mijn vrouw.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Scroll naar boven