Mr. van de week: Willem Zwalve

Delen:

Willem ZwalveMr. van de week is Willem Zwalve. Aanstaande vrijdag neemt hij afscheid van de Universiteit Leiden. Sinds 1993 was hij daar hoogleraar Historische Ontwikkeling van het Recht. Daarvoor was Zwalve sinds 1987 hoogleraar Inleiding tot de Rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen waar hij ook promoveerde (in 1981). Vijf jaar geleden werd hij benoemd tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

Bent u nu helemaal klaar met de juridische wereld? Neemt u volledig afscheid?

In het geheel niet! Ik moet er niet aan denken. Ik blijf in Leiden een keuzevak doceren en ga in Nijmegen een cursus Anglo-Amerikaans Vermogensrecht geven. Daarnaast blijf ik, natuurlijk, de ontwikkelingen in het Nederlandse vermogensrecht volgen. Bovendien wil ik nog een boek schrijven over de sociaal-economische aspecten van de Romeinse keizerlijke wetgeving in de derde eeuw en wel aan de hand van de talloze keizerlijke rescripten uit die tijd die in de Codex Justinianus zijn overgeleverd.

Wat gaat u het meest missen?

Het geven van grote hoorcolleges. Er is niets wat de geest zo scherpt als de regelmatige terugkerende verplichting een groep van zo’n vijf- tot zeshonderd studenten gedurende tweemaal drie kwartier bezig te houden.

Vindt u het jammer dat het overgrote deel van de juristen nauwelijks nog besef heeft van de wortels van ons recht?

Het overgrote deel van de juristen heeft nauwelijks enig benul van het recht zelf. Een Engelse jurist heeft het eens mooi gezegd: ‘They can tell the law, but do not comprehend the law’.

Als u het voor het zeggen had dan…?

Tja, daar vraagt U iets. Laat ik voorop stellen dat het mij geen goed idee lijkt dat ik het in het land voor het zeggen zou krijgen. Ik zal mij daarom tot de universiteit beperken. Welnu dan: in dat geval zou ik 85% van de juridische hoogleraren ontslaan en ik zou iets minder dan de helft daarvan weer aanstellen in de oude rang van lector. De 15% die in de rang van hoogleraar mag aanblijven MOET generalist zijn. Vervolgens zou ik óók 85% van het universitaire ‘management’ ontslaan, natuurlijk met een verantwoord sociaal plan tot heropleiding in een verantwoord en, vooral, productief beroep. Ik zou bovendien de Academische Senaat in ere herstellen, alsmede het oude College van Curatoren. Dat is het wel; het zou het academische klimaat ten goede komen. Voor het geval U toch mocht denken aan werkelijk landelijk gezag, dan zou ik één maatregel willen nemen, waarna ik mij weer schielijk uit het landsbestuur zou terugtrekken. Die maatregel is de volgende: ik zou de strafvervolging ten processe toewijzen aan de advocatuur en het Openbaar Ministerie, voorzover dat zich daarmee bezig houdt, opheffen.

Wat is het hoogtepunt in uw juridische carrière?

Dat is, voor U misschien vreemd genoeg, de periode waarin ik net was aangesteld als wetenschappelijk medewerker. Ik zag een drietal echte geleerden, mijn leermeester H.J. Scheltema, zijn rechterhand N. van der Wal en de graecus D. Holwerda, werken aan een groot project, de voltooiïng van een uitgave van de Griekse vertaling van Justinianus’ Corpus Iuris. Die mensen te hebben mogen zien werken, beschouw ik als een groot voorrecht. Ik denk er nog dagelijks aan.

Wie of wat is in uw juridisch bestaan uw bron van inspiratie?

Die vraag heb ik zojuist beantwoord.

Welk wetsartikel vindt u het mooist? Welk wetsartikel het slechtst?

Tja, daar vraagt U weer zoiets. Vanuit een oogpunt van wetgevingstechniek bewonder ik de formulering van art. 3:88 BW. Aan die bepaling ligt een uiterst complexe problematiek ten grondslag, die in een paar zinnen wordt opgelost. Zoiets is mooi. Over het slechtste wetsartikel kan geen twijfel bestaan: het is de regeling van de ‘financiëlezekerheidsovereenkomst’ in titel 2 van Boek 7. Een wangedrocht, ieder artikel ervan, en bovendien het product van een uiterst suspecte lobby.

Welke juridische website raadpleegt u vaak?

The Roman Law Library, die wordt bijgehouden Y. Lassard en A. Koptev.

Welk boek las u het laatst?

Het nieuwste boek van Jonathan Israel, Revolutionary Ideas. Het is een prachtig boek over de ideeëngeschiedenis van de Franse revolutie, een periode die mij blijft intrigeren en wel omdat ik, als gematigd reactionair, uiteraard anti-revolutionair ben. De filosofische rechtvaardiging van al dat geweld, al dat onmenselijke gedrag, al dat verraad aan het elementaire fatsoen en al die holle frasen, en alles in naam van de ‘Rechten van de Mens’. Fascinerend! En ook voor deze tijd ZEER leerzaam.

Met wie zou u een gevangeniscel willen delen?

Met niemand.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Scroll naar boven