Onnodig grievend of onwelwillend: wat weegt zwaarder?

Onnodig grievende uitlatingen; menig advocaat maakt zich daar wel eens schuldig aan, gelet op de 3.666 uitspraken op tuchtrecht.nl waarin de woorden ‘onnodig grievend’ voorkomen en waarvan er diverse gegrond zijn verklaard. Soms echter vallen onnodig grievende uitlatingen weg tegen de onwelwillende houding van de klagende advocaat.
beeld: Depositphotos

De meeste klachten over onnodig grievende uitlatingen zijn afkomstig van wederpartijen in familierechtelijke kwesties. Begrijpelijk, want het is nooit prettig om over jezelf te lezen dat je een psychische/narcistische stoornis hebt (ECLI:NL:TAHVD:2023:118), of je kind hebt ‘misbruikt’(ECLI:NL:TADRSGR:2023:145). Niet iedere grievende uitlating is echter onnodig grievend, zo blijkt uit de uitspraak van 16 augustus 2023 (ECLI:NL:TADRSGR:2023:174). In die zaak schreef een advocaat in een incassoprocedure aan de wederpartij: “Hoewel het niet aan mij is om uw medische situatie te beoordelen, valt het mij wel op dat u zich inmiddels al 4 jaar achter medische klachten verschuilt om niet aan uw betalingsverplichtingen te hoeven voldoen. Verder valt het mij op dat de medische klachten steeds verschillen. Hoewel dit laatste op zich feitelijk mogelijk kan zijn, komt mij dit persoonlijk ongeloofwaardig voor. (….) Behalve dat u dus een hardnekkige querulant bent, valt het mij op dat u uw klachten steeds gebruikt – zeg maar gerust: misbruikt – om onder uw betalingsverplichtingen uit te komen, dan wel om oneigenlijk betalingsuitstel te bewerkstelligen.“ De uitlatingen van deze advocaat werden, in het licht van het langdurige conflict tussen partijen in diverse incassozaken, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar geacht. 

Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Discipline moet een advocaat in het rechtsgeding de vrijheid hebben om stellingen van zijn cliënt in diens belang aan de rechter over te brengen, ook indien de inhoud daarvan mogelijk onjuist zal blijken en/of schadelijk kan zijn voor (de goede naam van) derden. Daarbij hoeft in het algemeen niet te worden afgewogen of het voordeel dat de advocaat voor diens cliënt wil bereiken met de middelen waarvan hij zich bedient, wel opweegt tegen het nadeel dat hij daarmee aan de wederpartij toebrengt. Wel tuchtrechtelijk verwijtbaar zijn uitlatingen die worden gedaan zonder dat deze een duidelijk doel dienen of die dienen ter onderbouwing van stellingen, terwijl dit ook op een andere, voor de wederpartij minder ingrijpende wijze had kunnen worden gedaan. Kijk bijvoorbeeld naar de uitspraak van de Raad van Discipline van 22 mei 2023 (ECLI:NL:TADRSHE:2023:66) waarin de advocaat van de man verklaringen van een psycholoog overlegt, waarin deze zich erg negatief uitlaat over de vrouw. Het beoogde doel, te weten aantonen dat de man een hulpverleningstraject had doorlopen, had volgens de tuchtrechter ook op andere wijze bereikt kunnen worden. “Door de producties in deze vorm in het geding te brengen en daar in haar verweerschrift nadrukkelijk en onvoorwaardelijk naar te verwijzen, heeft verweerster zich onnodig grievend over klaagster uitgelaten (…).”

De meest bijzondere uitspraak van de afgelopen maand is die in een geschil tussen twee advocaten, dat losbarst nadat de zaak die zij behandelden was afgelopen. Klagende advocaat gaf verwerende advocaat in de procedure kennelijk mee dat excuses naar zijn mening op zijn plaats waren. Verwerende advocaat was het daar niet mee eens en mailde aan zijn confrère: 

“(…)In mijn ogen bent u een ordinaire dief. Ook heeft u mij in de richting van mijn Deken ernstig beschuldigd; op mijn herhaald verzoek heeft u die beschuldiging niet feitelijk onderbouwd en evenmin heeft u die beschuldiging ingetrokken. Dat u onder deze omstandigheden nog mogelijk acht dat ik met u enig moment zou willen meemaken toont aan dat ik de dikte van de plaat voor uw hoofd – die rechterlijke colleges impliciet ook hebben benoemd – ernstig heb onderschat. Dat is een excuus waard.” 

De daaropvolgende mailwisseling is van hetzelfde kaliber en een klacht kon dan ook niet uitblijven.  De Raad van Discipline maakt echter korte metten met de klacht en verklaart deze ongegrond. Het Hof van Discipline stelt in de uitspraak van 10 juli 2023 (ECLI:NL:TAHVD:2023:117) dat er tussen partijen sprake is van een duidelijk verstoorde verhouding, waarin het over en weer ontbreekt aan welwillendheid en vertrouwen. Gelet op de eigen gedragingen van klager alsmede het feit dat de uitlatingen niet openbaar zijn gedaan, acht het Hof van Discipline het beroep ongegrond: “Immers, een partij die zelf de grenzen van het betamelijke opzoekt jegens een ander kan die ander minder snel verwijten dat hij hetzelfde gedrag vertoont (…)”

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Ook interessant:

Scroll naar boven