Posterieure schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het uitgangspunt van het burgerlijk recht is dat iedereen voor eigen rekening handelt. In uitzondering daarop kan men door vertegenwoordiging rechtshandelingen verrichten namens een ander, wat veelal gebeurt op basis van een daartoe strekkende volmacht. Ontbreekt zo’n volmacht, dan kan dat niet worden tegengeworpen aan een wederpartij die redelijkerwijs mocht aannemen dat een volmacht wel was verleend.

Dergelijk vertrouwen kan onder meer worden ontleend aan een verklaring of gedraging (een toedoen) van de achterman (art. 3:61 lid 2 BW) of aan feiten en omstandigheden die voor diens risico komen (HR 19 februari 2010, NJ 2010/115 (ING/Bera) en HR 3 februari 2012, JOR 2012/101 (Fujitsu/Exel)). Deze beide criteria komen op hetzelfde neer: wie binnen zijn invloedssfeer misverstanden laat bestaan over de bevoegdheid van derden om hem te vertegenwoordigen, loopt het risico te worden gebonden.

De schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid zal veelal ontstaan voorafgaand aan de bewuste rechtshandeling waarvoor deze schijn relevant is. De Hoge Raad heeft echter ook aanvaard dat de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid mede kan berusten op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na de totstandkoming van de rechtshandeling (HR 12 januari 2001, NJ 2001/157 (Kuipers/Wijnveen)). In de situatie uit het arrest liet de achterman een eerder gewekte schijn bestaan, in plaats van deze te corrigeren.

Deze principiële lijn wordt voortgezet in een recent arrest van de Hoge Raad (HR 1 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1119 (X/Gemeente Dronten). Dit arrest roept de vraag op of de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid ook kan berusten op feiten en omstandigheden die zich uitsluitend na de totstandkoming van de rechtshandeling hebben voorgedaan. Dat lijkt niet geheel logisch, omdat het impliceert dat deze schijn op het moment van de rechtshandeling nog niet bestond. Er zou in dat geval veeleer sprake zijn van de schijn van bekrachtiging van een onbevoegdelijk verrichte rechtshandeling. Een scherp onderscheid tussen deze beide ‘schijnen’ zal in de praktijk vaak niet goed te maken zijn en maakt voor de uiteindelijke gebondenheid ook geen verschil. Belangrijker is om als achterman eventuele misverstanden direct te corrigeren om gebondenheid te voorkomen. If you snooze, you lose.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top