Emma van der Vos

Solliciteren op de Zuidas

Het was tijd om stage te lopen bij een Zuidaskantoor, vond ik. Al was het maar om erachter te komen dat dit niets voor mij was. Na het indienen van mijn stukken werd ik uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek.

De eerste stap was een nieuwe outfit. Mijn kledingstijl was in mijn studententijd te typeren als ‘slightly slutty emo’ dus ik had nog geen colbertje of pantalon in de kast die acceptabel zou zijn voor een sollicitatiegesprek in een zakelijke omgeving. Gehesen in een geleend zwart broekpak met een colbertje erover om de nogal gewaagde achterkant te verbergen arriveerde ik bij het kantoor.

In mijn studententijd heb ik het geluk gehad dat ik sollicitatietrainingen mocht geven. Dit leidde tot een perfect voorbereide sollicitatie. Ik kon alle belangrijke zaken van het kantoor van het afgelopen jaar benoemen, tot en met de uitdagingen die nu speelden in de juridische wereld an sich. Actualiteiten in het recht, nieuwsitems, het maakte niet uit. En ik kende alle namen van de werknemers van de afdeling waarop ik wilde werken uit mijn hoofd. Ik had mijn slechte eigenschappen (die natuurlijk niet al te slecht waren) voorbereid, mijn goede paraat indien nodig. Ik had zelfs een interessante hobby – altviool spelen in een orkest – op mijn cv gezet waarvan ik wist dat juristen daar in het algemeen dol op zijn.

Ik werd door de gastvrouw naar een klein kamertje gebracht. De recruiter en de advocaat met wie ik het gesprek had, zouden zo komen, werd mij gezegd, en ze deed de deur dicht. Ik keek vluchtig in de weerspiegeling van het raam om te checken hoe ik eruit zag. Ik zag er zakelijk uit, op het feit na dat ik een oorbel miste. Pas echt schrikken was het toen ik mijn handen bestudeerde. Ik had op een of andere manier op vier van de nagels aan mijn linkerhand resten van felblauwe afgebladderde glitternagellak. Het was mega opvallend. Het was totaal onverzorgd. Het zag eruit alsof ik een kleuter had ontmoet die was uitgeschoten met een viltstift. Verhit begon ik de nagellak eraf te krabben. Net toen de deur openging veegde ik de laatste resten blauwe glitters van de tafel waaraan het gesprek zou plaatsvinden. Onder mij had zich inmiddels een hoop blauwe glitters gevormd. Goed begin. Ik hoopte vurig dat niemand naar de grond zou kijken.

Het sollicitatiegesprek begon alleen met de recruiter. De advocaat was verlaat. Het gesprek verliep precies zoals ik had verwacht. Alle vragen liep ik moeiteloos door. Wat ik zou doen als ik stress had (had ik volgens mezelf niet vaak, maar als ik het had, tijdig aangeven). Of ik goed kon werken onder druk (natuurlijk, gezien deze voorbeelden uit mijn arbeidsverleden). Zou ik onethische dingen doen als een partner me dat vroeg (nee).

Een poosje later vloog de deur open. Een tengere donkerharige advocaat kwam binnen. “Sorry dat ik te laat ben,” zei hij theatraal met weidse armgebaren. “Geen probleem,” antwoordde ik, al was zijn uitlating wellicht tot niemand in het bijzonder gericht. In één oogopslag schatte ik hem in als ‘crazy genius’. Hij had fonkelende ogen en zijn hemd stak half uit zijn broek. Zijn schoenen waren zo te zien al een aantal jaar afgedragen. Hij nam plaats en begon ter plekke mijn cv door te nemen. Hij was duidelijk niet voorbereid. Ik besloot hem desondanks direct te mogen.

Op de vraag of ik meer solistisch werkte of een team player ben antwoordde ik naar eerlijkheid dat ik liever vóór iemand werk dan met iemand. “Maar wat nu als je hier veel moet samenwerken?” vroeg de advocaat scherp. Ik liet gespeeld een stilte vallen van een paar seconden. Ook op deze vraag had ik mij voorbereid. Ik keek bedachtzaam. “Terechte vraag. Ik speel altviool in een orkest in de altviolengroep. Als wij allemaal op onze eigen manier op ons mooist spelen, klinkt het nergens naar. Het is noodzakelijk jouw eigen drang naar schoonheid ondergeschikt maken aan de groepsklank. Dus met samenwerken heb ik wel degelijk ervaring.” Dit antwoord leverde bij mijn gesprekspartners een grote glimlach op.  Ik voelde me alsof ik inmiddels met 10-0 voorstond, mocht dit een wedstrijd zijn geweest.

“Ja, Emma” zei de advocaat. “Waar ik nog wel benieuwd naar ben… Wat deed jij eigenlijk afgelopen weekend?”

Ik was voor het eerst sinds het begin van het gesprek  van mijn stuk gebracht. Los van het feit dat mijn privéleven hem niets aanging en ik normaliter niet zoveel in het weekend doe behalve alcohol drinken en op de bank liggen, wíst ik oprecht niet meer wat ik in het weekend had gedaan. Ik dacht koortsachtig na. Een gespeelde pauze inzetten was nu niet handig, want wie weet nou niet wat hij in het afgelopen weekend heeft gedaan? Ik besloot iets te noemen wat eerder deze week was gebeurd. “Ik heb samen met mijn orkest een optreden in het bezette Maagdenhuis gegeven” zei ik. Gelijk had ik spijt van wat ik had gezegd. Zouden deze gesprekspartners iets begrijpen van het studentenverzet? Zouden ze me nu kwalificeren als ongeschikt voor een zakelijke omgeving?

“Ooooo, heel goed,” zei de advocaat. “Het is voor ons belangrijk dat je een beetje maatschappelijk betrokken bent.”

Een uur later werd ik gebeld. Ik was aangenomen.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Emma van der Vos

Emma van der Vos

Emma van der Vos is promovenda en docent aan de Universiteit Leiden. Daarnaast werkt zij als research associate bij een groot Zuidaskantoor. Zij schrijft over haar ervaringen, oprispingen en het contrast tussen de academische en de commerciële wereld.

Recente vacatures

Recente vacatures