Stuiting van nakomingsvorderingen

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Er spreekt een zekere metaalmoeheid uit de brief waarmee een Amerikaanse advocaat in 2003 zijn collega uitnodigt voor een zaakbespreking. Hij zou de zaak liever opgehelderd zien: “It would appear that ABN Amro may be liable for the regrettable ‘disappearance’ of the entire syndicated $ 24,000,000 (…) I’ve been trying cases involving commercial disputes for over thirty years and I have become convinced that litigation is the least efficient and most uncivilized method of dispute resolution known to man. That said, if you’re able to gather some facts which may shed some light on these issues, I would welcome a visit to New York and a chat all under the ‘cloak’ of Rule 408. I would also think it appropriate to put ABN Amro carriers on notice of these potential claims”

Zijn pessimisme lijkt niet geheel onterecht, aangezien partijen ruim twaalf jaar later nog twisten over de vraag of zaak al is verjaard (HR 18 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2741 (ISG/RBS)). Het antwoord daarop hangt ervan af of de brief geldt als een stuitingsbrief in de zin van artikel 3:317 lid 1 BW. Stuiting volgens dat artikel vereist een mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. De schuldenaar moet uit de brief kunnen afleiden dat hij de beschikking moet blijven houden over zijn gegevens en bewijsmateriaal om zich in de toekomst te kunnen verdedigen tegen een claim (vgl. HR 24 november 2006, NJ 2006/642). Voldoet deze brief daaraan?

Het gerechtshof oordeelt van niet, omdat de brief slechts uitnodigt tot confraterneel overleg. De Hoge Raad acht dit onbegrijpelijk, aangezien het gaat om een brief tussen advocaten, waarin wordt gezinspeeld op de aansprakelijkheid van de bank en een mogelijke procedure en die ook het advies bevat om de verzekeraars van de bank alvast op de hoogte te stellen. Vrij vertaald: het is menens. Dat de brief uitnodigt tot een zaakbespreking, doet daar niets aan af. De Hoge Raad benadrukt verder dat de uitleg van een stuitingsmededeling mede kan afhangen van de context waarin die is gedaan (vgl. HR 18 september 2009, NJ 2009/439) en dus ook van de daaropvolgende correspondentie (vgl. HR 28 oktober 2011, NJ 2011/503).

Er geldt voor stuitingsbrieven dus geen sacrale formulering. Wel is het advies: hoe explicieter, hoe beter. Dat voorkomt discussie en procedeert ook efficiënter.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top