Verjaring van contractuele vorderingen

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Op 14 augustus 2015 wees de Hoge Raad een arrest over de toepasselijke verjaringstermijnen bij algehele niet-nakoming en bij gebrekkige nakoming van overeenkomsten (HR 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2194). Daarin oordeelt hij dat bij gedeeltelijke nakoming van een verbintenis uit overeenkomst de latere verjaringstermijn van artikel 3:311 BW van toepassing is en niet de eerdere termijn van artikel 3:307 BW, ook wanneer de prestatie op zichzelf genomen deelbaar is.

Een verliefd stel besluit toekomstige successierechten te omzeilen, door het huis waarin zij samenwonen alvast bij leven in eigendom over te dragen van de oudere aan de jongere partner. Dit gebeurt bij notariële akte van 9 mei 2001. Een tweede perceel (waarop de garage is gebouwd) maakt geen onderdeel uit van de levering en blijft in eigendom van de oudere vrouw. Wanneer de relatie jaren later strandt, claimt de jongere vrouw dat ook het tweede perceel destijds aan haar had moeten worden overgedragen. Zij vordert alsnog nakoming van de overeenkomst en medewerking van haar ex aan de overdracht.

Het gerechtshof doet de vordering af op verjaring. Op grond van artikel 3:307 BW verjaart een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst vijf jaar (plus één dag) nadat de verbintenis opeisbaar is geworden. De verjaring had dus voor 10 mei 2006 moeten worden gestuit.

In cassatie betoogt de vrouw echter dat het hof daarmee het verkeerde artikel toepast. De overeenkomst is destijds gedeeltelijk nagekomen met de levering van het eerste perceel, zodat niet de vijfjaarstermijn van artikel 3:307 BW (algehele niet-nakoming) maar die van artikel 3:311 BW (gebrekkige nakoming) had moeten worden toegepast. Deze laatste termijn gaat pas lopen wanneer het gebrek in de nakoming wordt ontdekt.

De Hoge Raad geeft haar daarin gelijk. Hij oordeelt dat bij gedeeltelijke nakoming van een verbintenis de termijn uit artikel 3:311 BW geldt, ook wanneer de prestatie op zichzelf genomen deelbaar is. Dat is anders wanneer de diverse verplichtingen kwalificeren als afzonderlijke verbintenissen (bijvoorbeeld wanneer daar in de overeenkomst verschillende voorwaarden aan verbonden zijn). De toepasselijke verjaringstermijn hangt dus af van de omvang van de verbintenis.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top