Rechterlijke macht

Visitatiecommissie rechtspraak gaat boekje te buiten

Het is goed dat de kwaliteit van rechtspraak met regelmaat wordt gevisiteerd. Daarmee legt de Rechtspraak een vorm van verantwoording af tegenover de maatschappij. Dat gebeurt bij vele instellingen, zoals bij universiteiten. De rechtspraak gaat ons allen aan; zij vormt de derde staatsmacht. Dat de rechtspraak in zwaar weer verkeert, is inmiddels een feit van algemene bekendheid. In zoverre komt de visitatie zeer gelegen. Want de bedoeling van visitatie is dat zaken worden verhelderd en dat betrokkenen daar lessen uit kunnen leren.

Terecht stelt de visitatiecommissie centraal dat er de afgelopen jaren te weinig financiële middelen voor de rechtspraak beschikbaar zijn gesteld, dat de bekostigingssystematiek niet deugt en dat haar capaciteit onvoldoende was. De commissie onderkent dat daar een “belemmerende werking” van uitgaat. Vrijwel alle aandacht van de werkvloer richt zich namelijk op het primaire proces. De commissie benoemt een aantal belangrijke verbeterpunten: invoering van professionele standaarden, uniformering van werkprocessen, kortere doorlooptijden, enz. Ze zijn alle als zodanig herkenbaar en het is goed dat daar wederom aandacht voor wordt gevraagd.

Opgejaagd dier

Maar deze verbeterpunten sneeuwen onder bij andere door de commissie genoemde problemen: gebrek aan visie, gezaghebbend leiderschap en gebrekkige organisatiestructuur. Daar valt natuurlijk veel over te zeggen en ik herken deze signalen ook in meerdere of mindere mate. Maar het functioneren van de Rechtspraak wordt gedomineerd en ernstig belemmerd door financiële krapte. Werkvloer en gerechtsbestuurders gedragen zich al jaren als een opgejaagd dier: er moet méér met minder. Met KEI bijvoorbeeld maakte de Rechtspraak zich wijs twee vliegen in één klap te slaan: op korte termijn flinke bezuinigingen realiseren en een efficiencyslag maken. Daarom werd besloten niet eerst grondig na te denken, laat staan wetenschappelijk onderzoek te verrichten.

Het is op zichzelf opmerkelijk dat de meeste aandacht in het rapport niet uitgaat naar de staat van de kwaliteitsdoelen en kwaliteitszorg, zoals bij visitaties te doen gebruikelijk is. In feite worden alle symptomen van de ziekte nu aan het falen van de leiding toegeschreven. De onderliggende oorzaak, het structurele financiële tekort, wordt daarbij onvoldoende betrokken. Bij mij rijst dan ook de vraag hoe het falen is onderzocht en tot wie het rapport zich richt. Methodologisch en inhoudelijk is er wel wat op het rapport aan te merken. Wat was bijvoorbeeld de doelstelling van de visitatie? De onderzoeksopdracht ontbreekt. Welk beoordelingskader is gebruikt? Visiteren is op systematische en beredeneerde wijze onderzoek doen vanuit concepten en indicatoren. De waarde van een visitatierapport staat of valt met de juistheid van de uitkomsten en de mate waarin de uitkomsten controleerbaar zijn. Ik hamer op het belang van zuiverheid in methodologisch en inhoudelijk opzicht omdat de commissie ferme uitspraken doet.

Boekje te buiten

Wat bedoelt ze met gebrek aan visie? Wat verstaat ze onder gezaghebbend leiderschap in de rechtspraak? Daarover valt veel te zeggen. Schieten alle presidenten hierin tekort? Het rapport bevat veel algemene uitspraken zonder heldere definities. De commissie is niet ingesteld om ernstige verwijten te uiten, temeer nu er geen deugdelijk onderzoek aan ten grondslag ligt (zij heeft bijvoorbeeld slechts één wetenschappelijke publicatie gebruikt).

Daarom gaan de ‘conclusies en aanbevelingen’ van de commissie mij op bepaalde punten te ver. Zij zijn niet constructief en congruent met de implicaties van de financiële nood. Als conclusie wordt bijvoorbeeld genoemd: “Het ambt van de rechter zal aan gezag inboeten wanneer het tempo en de aard van de inspanningen en veranderingen ongewijzigd blijven.” (p. 38). Een visitatiecommissie is niet benoemd om denkbare toekomsten uit te tekenen, laat staan met een dergelijk onheilspellend karakter. Het kan dingen losmaken die je niet in de hand hebt.

Ook met hetgeen daarop volgt (p. 39) gaat de commissie wat mij betreft haar boekje te buiten: “Als de rechtspraak niet in staat is om de komende jaren in rap tempo te moderniseren, roept zij aantasting van de organisatorische onafhankelijkheid over zich af.” Ik vind dit de wereld op zijn kop zetten. Zo worden de problemen binnen de rechtspraak alsnog bij de Rechtspraak neergelegd: de commissie suggereert dat de organisatie door de minister onder curatele kan worden gesteld. In het huidige politieke spanningsveld had de commissie zich dit moeten realiseren. Het gevaar is groot dat bepaalde ferme, zéér beperkt onderzochte conclusies uit dit rapport ten onrechte een eigen leven zullen gaan leiden, met heel verstrekkende gevolgen.

Defensief argument

Ook bij de aanbevelingen heeft de commissie te weinig aandacht voor de ‘elephant in the room’. Hoe kun je bijvoorbeeld spreken over vermindering van werkdruk en verkorting van doorlooptijden zonder de achterliggende oorzaak te adresseren? Aanbevelingen richten zich zelfs rechtstreeks tot de minister: herziening van de systematiek van bekostiging.

Dit alles laat onverlet dat ik bepaalde constateringen in het rapport herken en dat er ook behartigenswaardige opmerkingen in staan; bijvoorbeeld de wens van de commissie naar een meer naar buiten gerichte cultuur en meer omgevingsbewustzijn. Tegelijk vind ik het woord ‘cultuur’ een lastig begrip, zeker als dat in verband wordt gebracht met ‘cultuuromslag’. Cultuur heeft geen knop, zoals bij een verwarming, die je hoger of lager kunt zetten. ‘Cultuur’ is in feite een containerbegrip. Dat blijkt ook uit het rapport. Er wordt van alles onder geschaard dat verandering behoeft. Cultuur hangt wel ten nauwste samen met reflectie, een term die ook in het rapport voorkomt. ‘Cultuur’ groeit door wat je doet; het is een gevolg van iets. Eén voorbeeld. In het civiele recht in eerste aanleg worden minder dan 10 procent van de handelszaken meervoudig behandeld. Door het werken als unusrechter is de reflectie over de eigen werkwijze verminderd en wordt het eigen gelijk bevestigd. Niet vergeten mag worden dat de politiek door de wijze van bekostiging en, in het verlengde hiervan, de Rechtspraak met al haar accenten op het behalen van bedrijfsdoelen zelf hebben bijgedragen aan deze neveneffecten. Cultuur is vaak een defensief argument om de confrontatie niet aan te hoeven gaan. Als je als rechter onder hoogspanning moet werken, is er geen tijd voor uitgebreide reflectie. Je wilt maar één ding: de uitspraakdatum halen!

Uit het rapport rijst als vanzelf de vraag op: wat is de rechtsstaat ons waard? Versobering is te verdedigen, maar wat is gebeurd, komt neer op uitkleden: de Rechtspraak is een houtje-touwtje-organisatie geworden. Ik haal tegenwoordig bijvoorbeeld zelf een kan water voor de justitiabelen omdat de bode is wegbezuinigd. Dat dit alles zijn sporen en emoties in de organisatie nalaat, is evident en voor ieder zichtbaar. Het is goed dat de commissie de ontoereikende financiering als groot probleem naar voren brengt, maar het zou beter zijn geweest als zij het causaal verband tussen de tekortschietende financiering en de gesignaleerde knelpunten op alle niveaus had onderkend en de gevolgen daarvan had meegewogen in haar oordeel.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Margreet Ahsmann

Margreet Ahsmann

Margreet Ahsmann is hoogleraar Rechtspleging aan de Universiteit Leiden en rechter in de Rechtbank Den Haag.

Recente vacatures

Recente vacatures

Winkelmand