Straf(proces)recht

Vluchten mag niet meer? Hoe ver moet je gaan?

Beeld: Depositphotos

“De huidige wet ondermijnt het gezag van justitie”, aldus minister Dekker. Hoewel het citaat als passe-partout geldt voor veel nieuwe wetgeving naar aanleiding van een enkel incident, wordt het hier  gebruikt als argument om ontsnappen-uit-de-gevangenis strafbaar te stellen. Helpen bij een ontsnappingspoging is overigens al strafbaar (art. 191 Sr); de minister wil alleen graag dat nu ook gevangenen die op onreglementaire wijze trachten vrij te komen alsnog een fikse straf krijgen.

Die wens miskent dat een ontsnappingspoging voor een gedetineerde wel degelijk vergaande consequenties heeft – verspelen voorwaardelijke invrijheidstelling, overplaatsing naar strenger regime of strengere PI – en dat ontsnappen vaak met nieuwe straffen gepaard zal gaan voor bijvoorbeeld vernieling, bedreiging of mishandeling. Een pragmatisch tegenargument is dat recente ontsnappingspogingen of verdenkingen daarvan steeds levenslang gestrafte gedetineerden betroffen. Een paar jaar bovenop levenslang zal die gedetineerden niet weerhouden van een nieuwe ontsnappingspoging.

Die reactie op incidenten – STRAFBAARSTELLEN! – doet terugdenken aan het recent ingevoerde art. 429a Sr, de strafbaarstelling van het binnen de gevangenis brengen van legale voorwerpen. Zonder de daadwerkelijke omvang van het probleem te kennen anders dan we willen dit graag tegengaan, is een overtreding in het leven geroepen die het strafbaar stelt als iemand in strijd met de PBW of de huisregels van de directeur een telefoon maar bijvoorbeeld ook een brief de gevangenis tracht binnen te brengen. Een brief zou immers een opmaat kunnen zijn tot een liquidatie of een drugsdeal, maar ook hier worden geen cijfers overgelegd. Over de wetstechnisch bizarre constructie van de poging tot het begaan van een overtreding (‘tracht binnen te brengen’), is de minister simpel: ik weet eigenlijk wel dat het vreemd is om te doen en dat het niet kan, maar daarom doe ik het maar zo. Zo raken we steeds verder verwijderd van coherente en consistente strafbaarstellingen in het Wetboek van Strafrecht, wat in het licht van de grootschalige modernisering van het Wetboek van Strafvordering waarin wel wordt gestreefd naar coherentie en consistentie, ironisch is te noemen.

Nieuwe strafbaarstellingen worden al lang niet meer gecreëerd of beoordeeld met de fundamenteel uitgedachte criteria voor strafbaarstelling. Sterker nog: de mening van deskundigen over een onderwerp of empirisch onderzoek worden gemakkelijk aan de kant geschoven. Voor het strafbaar stellen van ontsnappen-uit-de-gevangenis geldt immers dat rechtsvergelijkend onderzoek daartoe geen dwingende aanleiding geeft en dat het cijfermatig met die ontsnappingspogingen allemaal wel meevalt (één à twee per jaar, hooguit). Alleen omdat de minister het niet te verteren vindt dat in 2018 iemand heeft geprobeerd zich in een vuilniszak uit een gevangenis te laten smokkelen en dat die onbestraft is gebleven, moet er nu een strafbaarstelling komen. Weer een nieuwe strafbaarstelling vormt zo weer een bedreiging voor de strafrechtspleging. Misschien moeten we het passe-partout daarom wat scherper stellen: “de huidige wetgever ondermijnt het gezag van justitie”.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Patrick van der Meij

Patrick van der Meij

Patrick van der Meij is strafrechtadvocaat en partner bij Cleerdin & Hamer Advocaten en research fellow bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Recente vacatures

Recente vacatures