Vraagtekens bij onafhankelijkheid bijzonder hoogleraren

Zijn bijzonder hoogleraren een bedreiging van de vrije en onafhankelijke wetenschapsbeoefening? Ja, zegt hoogleraar Rob van Gestel (Universiteit Tilburg). Hij denkt dat de verleiding om de geldverstrekker naar de mond te praten groot is, en dat dit trouwens ook geldt voor andere wetenschappers. Maar rechtenfaculteiten steken hun handen in het vuur voor de kwaliteit van de gefinancierde leerstoelen. Decanen wijzen erop dat bijzonder hoogleraren aan dezelfde vereisten moeten voldoen als gewoon hoogleraren.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
Vraagtekens bij onafhankelijkheid bijzonder hoogleraren
Foto: Depositphotos
Rob van Gestel (Universiteit Tilburg)
Rob van Gestel (Universiteit Tilburg)

Rob van Gestel (hoogleraar theorie en methode van wetgeving) maakt zich al jaren zorgen over de bijzondere leerstoelen. In een artikel in Regelmaat van 2018 riep hij de juridische faculteiten op om in kaart te brengen hoeveel van dergelijke leerstoelen er zijn, en hoe het staat met de kwaliteit en de onafhankelijkheid van de onderzoeken. “Tot nu toe lijkt er niets mee gedaan,” zegt Van Gestel.

En dat ergert hem mateloos. “Bij diverse rechtenfaculteiten zijn er gefinancierde leerstoelen waarbij de financier invloed heeft op wie de leerstoel bezet. Dat zou helemaal niet moeten kunnen. Onderzocht zou moeten worden hoe vaak dat voorkomt. Maar dat willen de universiteiten niet, want het is hartstikke makkelijk als je iemand kunt krijgen die gratis voor jou werkt. Daar creëer je bovendien commerciële lijntjes mee.”

Vier vragen

De faculteiten kennen verschillende soorten leerstoelen: de gewone leerstoel (gevestigd en betaald door de universiteit), de bijzondere leerstoel (gevestigd, betaald en beheerd door de ‘vestigende instelling’ – dat kan bijvoorbeeld een rechtbank zijn, een advocatenkantoor of een belastingadviesbureau), de gewone leerstoel die wordt gesponsord door een externe organisatie en de onbezoldigde leerstoel (als iemand door de werkgever wordt vrijgesteld om aan de universiteit te werken). En dan zijn er ook hoogleraren die in deeltijd bij de universiteit en bij een andere werkgever werken en die door beide worden betaald.

In dit artikel ligt de focus op de bijzonder hoogleraren, omdat die nu de meeste kritiek krijgen, onder meer van hoogleraar belastingrecht Jan Vleggeert (Universiteit Leiden). Hij beweert dat sommige onderwerpen niet aan de orde komen, omdat dat de klanten van de wetenschapper/advocaat/belastingadviseur niet goed uitkomt. Ook wetenschapper Iris van Domselaar van de Universiteit van Amsterdam stelde het onderwerp aan de orde in een artikel in NJB in december 2020. Ze pleitte voor visie en beleid ter vermijding van belangenverstrengeling bij rechtswetenschappelijk onderzoek.

De redactie van Mr. stelde, in het kader van een klein onderzoek, aan alle negen juridische faculteiten vier vragen: Om hoeveel bijzondere leerstoelen gaat het? In hoeveel gevallen bepaalt de geldverstrekker wie op de leerstoel komt? Vermeldt de faculteit wie de geldverstrekker is van deze leerstoel, en ook dat deze wetenschapper in dienst is van de geldverstrekker? En: Zijn er waarborgen dat deze wetenschappers zich niet laten leiden door de belangen van de geldverstrekker?

Op geschiktheid beoordeeld

We ontvingen antwoorden van acht decanen. De Universiteit Tilburg reageerde niet. Uit de antwoorden van de decanen blijkt dat er grote verschillen zijn tussen de rechtenfaculteiten. De VU heeft 17 bijzondere leerstoelen, de Universiteit Leiden 10, de Universiteit Utrecht 7, de Erasmus Universiteit 4, de Radboud Universiteit Nijmegen 2, de Universiteit van Amsterdam ook 2 en de Universiteit Maastricht en de Rijksuniversiteit Groningen 1. Verder zijn er reguliere leerstoelen met externe sponsoring en onbezoldigde leerstoelen.

De geldverstrekkers van de bijzondere leerstoelen mogen in sommige gevallen kandidaten voordragen, maar bepalen niet wie er op de leerstoel komt, zeggen de decanen. Het college van bestuur beslist, altijd na advies door andere gremia, zoals het college van promoties, het college van decanen, het college van curatoren en/of een onafhankelijke benoemingscommissie. In alle gevallen wordt de hoofdbetrekking van de hoogleraar vermeld, maar niet altijd wie de geldverstrekker is. “Dat we de geldverstrekker niet vermelden komt omdat dat er in principe niet toe doet,” legt decaan Suzan Stoter van de Erasmus School of Law uit. “De op een bijzondere leerstoel benoemde mensen zijn onafhankelijk op hun geschiktheid beoordeeld, leggen geen verantwoording aan hun hoofdwerkgever af over hun wetenschappelijke arbeid, maar aan de decaan van de faculteit.”

De faculteiten stellen aan de kandidaten dezelfde eisen als aan gewoon hoogleraren. In veel gevallen is er een curatorium dat controleert of de leerstoel goed wordt ingevuld. Ook is de Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit van toepassing.

Met hoogleraarstitels pronken

Rob van Gestel vindt dat de bijzondere leerstoelen er in deze vorm niet moeten zijn. “In de goede law schools in de VS heeft de financier geen enkele invloed op de bezetting van een leerstoel. Maar ja, dan is er minder belangstelling van advocatenkantoren en belastingadviseurs. Voor hen is het vooral interessant als je daar eigen mensen op kunt zetten en vervolgens met hun hoogleraarstitels kunt pronken.”

Hij wil niet alle bijzonder hoogleraren over één kam scheren: “Er zijn mensen met dubbele petten voor wie ik mijn handen in het vuur zou steken. Je hebt alleen geen garantie op onafhankelijkheid. Het systeem zou dus niet zo moeten werken. Ik heb een sterk vermoeden dat er onder de bijzonder hoogleraren mensen zijn die wetenschap bedrijven op een manier die niet deugt. En dat er mensen benoemd worden op een manier die niet moet kunnen. Iemand die binnen het ministerie verantwoordelijk voor is de kwaliteit van wetgeving, zou niet benoemd moeten worden op een leerstoel Kwaliteit van Wetgeving.”

Ook ziet hij rechters en advocaten-generaal die zich als wetenschapper uitlaten over rechtsvragen waarmee ze zelf mee te maken kunnen krijgen. “Zo kan naar buiten toe de schijn van partijdigheid ontstaan.”

In een keurslijf gedwongen

Volgens Van Gestel lopen er binnen de academische wereld allerlei financiële lijntjes waardoor wetenschappers steeds meer in een keurslijf worden gedwongen. “Je krijgt vaak pas ruimte als je meegaat met wat universiteitsbesturen en externe financiers willen.”

Van Gestel heeft in verschillende publicaties een waaier aan voorstellen gedaan. Zo pleit hij ervoor dat rechtswetenschappelijke tijdschriften standaard “conflict of interest statements” gaan opnemen bij artikelen die geschreven worden door auteurs die dubbele petten op hebben. “Het komt in de rechtswetenschap met grote regelmaat voor dat auteurs niet louter als wetenschapper betrokken zijn bij een bepaald juridisch vraagstuk, maar bijvoorbeeld ook als advocaat, consultant of mediator.”

Hij heeft de problemen rond de onafhankelijkheid vaker aangekaart, zowel binnen de faculteit als in tijdschriftartikelen. “Het belang om er iets mee te doen is klein. Ik ken weinig bestuurders die problemen zoeken. Ik heb in het universiteitsblad bijvoorbeeld wel artikelen geschreven over financiële malversaties rond buitenpromovendi of gerommel met visitaties en rankings. Dan denk je: je zult weleens om verantwoording worden gevraagd, maar dat gebeurt eigenlijk nooit. Doodzwijgen is veel makkelijker.”

Geen probleem

Ivo Giesen Chantal Ariens
Ivo Giesen (Universiteit Utrecht) (foto: Chantal Ariëns)

Ivo Giesen is hoofd van het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht. Hij is op de hoogte van de discussie over de bijzonder hoogleraren, maar kijkt er anders tegenaan dan Rob van Gestel. “Ik vind bijzondere leerstoelen geen probleem, maar ze vergen wel zorgvuldigheid,” meent Giesen.

Hij legt uit dat bijzonder hoogleraren aan dezelfde eisen moeten voldoen als gewoon hoogleraren. “Iemand moet gepromoveerd zijn en voldoende wetenschappelijk niveau hebben. Wij kijken ook of de kandidaat voldoende tijd heeft om wetenschap te bedrijven.” In het verleden zijn er in Utrecht om die redenen een aantal van dergelijke benoemingen niet van de grond gekomen.

Ook de benoemingsprocedure is een waarborg, vervolg Giesen. “Eerst doet de externe organisatie (de vestigende instelling) een verzoek aan het college van bestuur om een leerstoel te vestigen. Voorzien van documentatie en onderbouwing gaat dat naar het college voor promoties dat bestaat uit de decanen en de rector. Die adviseren het college van bestuur, en dat zegt ja of nee. De vestigende instelling beheert de leerstoel, betaalt het salaris en benoemt de leerstoelhouder. Maar de leerstoelhouder moet, als gezegd, wel door de molen van de universitaire hoogleraarsbenoemingen. De gewone procedure geldt. Een benoemingadviescommissie, bestaande uit leden van de wetenschappelijke staf van de faculteit en minimaal een extern lid, beoordeelt de kandidaat die later ook wordt blootgesteld aan een externe review. Als het college van promoties ook akkoord gaat, geeft het college van bestuur groen licht voor de benoeming. Verder hebben alle leerstoelen een curatorium dat kijkt hoe de leerstoel wordt ingevuld en dat na vijf jaar adviseert of de leerstoel verlengd kan worden.”

Verrijking

Anne Ruth Mackor Rijksuniversiteit Groningen (Klein)
Anne Ruth Mackor (Rijksuniversiteit Groningen)

Genoeg waarborgen dus, wil Giesen maar zeggen. Hij zegt dat bijzondere leerstoelen een verrijking zijn voor de faculteit. “Ze voegen veel toe, juist aan juridische faculteiten, waar de wetenschap heel nauw aansluit bij de praktijk en ook wordt gevoed door de praktijk. We vinden die wisselwerking belangrijk.”

De bijzonder hoogleraren hebben een ander profiel en een ander cv dan een standaard wetenschapper. Ze hebben immers een andere achtergrond, zegt Giesen. “De leerstoel Rechtspraak hebben we bijvoorbeeld om de verbinding met de rechterlijke macht aan te gaan. Dan wordt het makkelijker voor studenten om stage te lopen bij de rechtbank, en om studenten te vertellen hoe een rechter daadwerkelijk zijn werk doet. De leerstoelhouder voedt ook onze docenten, bijvoorbeeld met ideeën voor onderzoek.”

Geheel vrij

Kim van der Kraats is sinds september 2020 senior rechter civiel recht bij de rechtbank Midden-Nederland en bijzonder hoogleraar Rechtspraak aan de Universiteit Utrecht. “Een belangentegenstelling? Dat is niet mijn ervaring,” zegt ze. “De rechtbank geeft me geen onderzoeksopdrachten en ik hoef mijn onderzoeksresultaten niet voor te leggen aan de rechtbank of zoiets. Daar ben ik geheel vrij in.”

Van der Kraats is bezig met twee onderzoeken. Een naar de meerwaarde van de zitting in incassozaken en ander naar hoe partijen de mondelinge uitspraak ervaren. “Ik heb, net als iedere andere wetenschapper, toestemming nodig van de rechtbanken waar ik onderzoek doe, om de gegevens te gebruiken.” Eigen vonnissen bestuderen is niet aan de orde. Die worden van het onderzoek uitgezonderd.

Ze kwam in 2020 op de leerstoel nadat ze had gesolliciteerd op de vacature voor een rechter die ook een dag per week hoogleraar zou worden. “Een combi. Ik heb twee procedures doorlopen: bij de rechtbank en de universiteit.” Daarvoor was ze rechter in de rechtbank Overijssel. Ze is 2017 gepromoveerd op de eigen(aardig)heid van de kantonrechter.

Paspoorthandel

Anne Ruth Mackor, hoogleraar juridische professie-ethiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, zegt dat er aan de nevenactiviteiten van gewoon hoogleraren en aan het zogeheten contractonderzoek evenzeer risico’s zitten. “Juist in juridisch onderzoek dat op de grens van beleid zit is de kans op beïnvloeding reëel.” De eerste stap is volgens Mackor: “Ga meer het gesprek aan binnen de faculteit. Opvattingen over deze kwestie lopen uiteen, en het is belangrijk dat wetenschappers daarover met elkaar in gesprek gaan. En wees transparant in het vermelden van nevenactiviteiten.”

Dat het ook bij de gewoon hoogleraren fout kan gaan, heeft de Groningse rechtenfaculteit in 2019 nog gemerkt. De hoogleraar Dimitri Kochenov kwam toen in opspraak door betaalde adviezen over paspoorthandel met de overheid van Malta. Hij meldde zijn bijbaan niet, en een onderzoekscommissie stelde later vast dat sprake was van belangenverstrengeling.

Wetenschap op bestelling

Van Gestel verwijst naar het rapport ‘Wetenschap op Bestelling’ waarin de KNAW constateert dat wetenschappers steeds vaker onder druk staan van betalende opdrachtgevers. “Denk aan rechtswetenschappers die betrokken worden bij de voorbereiding van nieuwe wetgeving, waarmee zij later in hun eigen onderzoek te maken krijgen.” Hoe je daardoor als wetenschapper op een hellend vlak kunt komen, ervoer hij toen hij van een externe partij het verzoek kreeg offerte uit te brengen voor een onderzoek naar versnelling van wetgeving. “De vraagstelling was zo sturend geformuleerd dat je daar als wetenschapper je vraagtekens bij moest hebben. In mijn offerte schreef ik daarom dat je niet alleen naar snelheid moest kijken, maar ook naar zorgvuldigheid en kwaliteit. Maar dat wilde men niet horen.”

Later hoorde hij in het informele circuit: “Je moet zo’n onderzoek gewoon aannemen, je doet dan een beetje wat je wilt en je kunt je eigen onderzoek er deels mee financieren.”

Lees meer over:

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top