Mededingingsrecht

Corona bewijst andermaal: mededingingsrecht is crisisproof

Foto: Depositphotos

COVID-19 leidt tot een stortvloed aan legal alerts en advocaten buitelen over elkaar heen om de buitenwacht vooral ook te wijzen op de juridische implicaties van COVID-19. Zo ook de mededingingsadvocatuur, op basis van publicaties van mededingingstoezichthouders. Als we ons door alle COVID-19 gerelateerde mededingingsberichten heen geploegd hebben, resteert gelukkig één duidelijke conclusie: het mededingingsrecht was al crisisproof.

Neem het kartelverbod op basis waarvan het concurrenten verboden is samen te werken op een manier die de mededinging beperkt. Dat verbod staat geenszins in de weg aan afspraken tussen leveranciers van schaarse producten om zeker te stellen dat die producten daar terechtkomen waar ze nu het meest nodig zijn. Het kartelverbod is nimmer een absoluut verbod geweest. Bij uitstek dienen samenwerkingen in de relevante economische context te worden beschouwd. Die context kan ook een crisis zijn. Sterker nog, bij iedere grote crisis zijn voorbeelden van crisiskartels te vinden. Daarnaast is het van alle tijden dat er in het mededingingsrecht economische of zelfs niet-economische belangen kunnen zijn die zwaarder wegen dan het belang van concurrentie op korte termijn.

Overnames kunnen uit weelde en in economisch hoogtij ontstaan, maar reddingsfusies zijn net zo oud als het mededingingsrecht zelf. Als een onderneming kan aantonen dat er zonder een fusie of overname geen toekomstperspectief is en zij sowieso de markt zou moeten verlaten, dan kan er sprake zijn van een succesvol failing firm-verweer en een concentratie worden goedgekeurd, ook al betreft het naaste concurrenten met een groot marktaandeel. Het is dan wel zaak aan te tonen dat er geen minder mededingingsbeperkend alternatief is.

Veruit de meest relevante mededingingsrechtelijke ontwikkelingen in crisistijd zijn die rondom staatssteun. Dat bleek al ten tijde van de financiële crisis, en nu ook weer. Binnen no time heeft de Europese Commissie de staatssteunrechtelijke uitgangspunten van het VwEU vertaald in een tijdelijk raamwerk voor de beoordeling van nationale COVID-19 steunpakketten en -maatregelen. Concrete handvatten voor garanties van de lidstaten op leningen, gereduceerde rentetarieven en rechtstreekse vergoedingen voor geleden schade. Juist om ernstige verstoringen van de economie en schade in uitzonderlijke omstandigheden het hoofd te bieden. Op goede dagen keurt de Europese Commissie meerdere nationale programma’s goed op basis van helder neergelegde criteria. Maar let wel: alleen voor ondernemingen die voordat COVID-19 uitbrak niet reeds in moeilijkheden verkeerden.

Helaas zijn er ook bedrijven die een slaatje proberen te slaan uit een door de crisis scheefgegroeide verhouding tussen vraag en aanbod. Als die bedrijven dominant zijn en bijvoorbeeld ineens veel hogere prijzen vragen voor schaarse producten, kunnen onderzoeken worden ingesteld wegens het maken van misbruik van machtspositie.

Hopelijk zijn de negatieve gevolgen van COVID-19 voor de gezondheid en de economie te overwinnen. Het recht zal daarbij geen hoofdrol spelen maar hopelijk wel een nuttige bijrol. Aan het mededingingsrecht hoeft daarvoor in ieder geval niet te worden gesleuteld. Dat hield altijd al rekening met goede en slechte tijden.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Kees Schillemans

Kees Schillemans

Advocaat Kees Schillemans is partner bij Allen & Overy.

Recente vacatures

Recente vacatures