IE

Geen auteursrecht op smaak

Op 13 november 2018 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie geoordeeld dat smaak geen ‘werk’ is in de zin van de Auteursrechtrichtlijn[1], zodat er geen auteursrechtelijke bescherming op rust (ECLI:EU:C:2018:899 (Levola/Smilde).

Hoewel het spreekwoord anders voorschrijft, is er de afgelopen jaren over smaak behoorlijk wat getwist. Voornamelijk tussen voedselproducent Levola uit Hengelo, die sinds 2011 een smeerdip genaamd Heksenkaas maakt, en haar directe concurrent Smilde Foods uit Heerenveen, die vanaf 2014 een vergelijkbare smeerdip op de markt bracht, aanvankelijk genaamd Witte Wievenkaas, later Wilde Wietze Dip.

Levola beriep zich daarbij op haar auteursrecht op Heksenkaas. Op zich niet onbegrijpelijk, aangezien de Hoge Raad reeds in 2006 had geoordeeld dat ook een geur(combinatie) in aanmerking kan komen voor auteursrechtelijke bescherming (ECLI:NL:HR:2006:AU8940 (Lancôme/Kecofa). In de zaak tegen Smilde was de rechter daar echter niet van overtuigd en wees vorderingen van Levola op grond van diens auteursrecht af (ECLI:NL:RBGEL:2015:4674).

In hoger beroep stelde het Hof Arnhem-Leeuwarden de hamvraag aan het HvJ EU: “Verzet het Unierecht zich ertegen dat de smaak van een voedingsmiddel – als eigen intellectuele schepping van de maker – auteursrechtelijk beschermd wordt?” (ECLI:NL:GHARL:2017:6697)

Ja, het Unierecht verzet zich daartegen, aldus het HvJ EU in navolging van de conclusie van de advocaat-generaal (ECLI:EU:C:2018:618). Om voor auteursrechtelijke bescherming onder de Auteursrechtrichtlijn in aanmerking te komen, moet de smaak van een voedingsmiddel kunnen worden aangemerkt als een ‘werk’ in de zin van die richtlijn.

Daarvoor is allereerst vereist dat het voorwerp in kwestie een ‘oorspronkelijke intellectuele schepping’ is, en voorts dat deze schepping tot ‘uitdrukking’ wordt gebracht. Dat vereist een uitdrukkingsvorm waardoor het voorwerp waarvoor auteursrechtelijke bescherming wordt gezocht ‘voldoende nauwkeurig en objectief kan worden geïdentificeerd’, aldus het HvJ EU.

Omdat de smaak van een voedingsmiddel niet nauwkeurig en objectief kan worden uitgedrukt, is het geen ‘werk’ in de zin van de Auteursrechtrichtlijn en kan smaak dus niet auteursrechtelijk worden beschermd op grond van die richtlijn.

Eén ding is daarmee nu volstrekt duidelijk: totdat smaak (of geur) voor nauwkeurige en objectieve identificatie vatbaar zijn, valt over smaak écht niet te twisten.

[1] Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PB 2001, L 167).

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Dirk Visser

Dirk Visser

Dirk Visser is advocaat bij Visser Schaap & Kreijger en hoogleraar intellectueel eigendomsrecht aan de Universiteit Leiden.

Recente vacatures

Recente vacatures
Werving – ABN (Rectangle)