Mr. van de week: Jan Crijns

Delen:

mrvdw---120917---CrijnsMr. van de week is Jan Crijns. Hij ontving op 6 september de Moddermanprijs 2012 voor zijn proefschrift ‘De strafrechtelijke overeenkomst. De rechtsbetrekking met het Openbaar Ministerie op het grensvlak van publiek- en privaatrecht’. De prijs is vernoemd naar Anthony Modderman (1838-1885), die hoogleraar strafrecht in Leiden was van 1871 tot 1879 en daarna Minister van Justitie. De Moddermanprijs wordt eens per twee jaar toegekend aan het beste proefschrift van de voorafgaande twee jaren op het terrein van het strafrecht of de daaraan verbonden wetenschappen. Crijns is hoogleraar straf(proces)recht aan de Universiteit Leiden.

De jury oordeelde dat uw proefschrift getuigt van ‘bijzondere wetenschappelijke kwaliteit’. Dat klinkt mooi, maar wat wordt daarmee precies bedoeld?

Dat is een vraag die u eigenlijk aan de jury van de Moddermanprijs zou moeten stellen. Uit de laudatio tijdens de uitreiking van de prijs blijkt in ieder geval dat de jury in het bijzonder de interne rechtsvergelijking tussen het strafrecht en het privaatrecht die ik in mijn boek heb gemaakt, heeft gewaardeerd. Hierbij heb ik het concept van de rechtsbetrekking gebruikt om de rechtsverhoudingen binnen beide rechtsgebieden onder één gemeenschappelijke noemer te brengen. Uit deze vergelijking kwam naar voren dat het strafrecht en het privaatrecht weliswaar op totaal verschillende uitgangspunten zijn gebaseerd, maar in hun praktische toepassing niet zelden tot een min of meer vergelijkbaar resultaat komen.

De prijs bestaat uit een bronzen penning en een geldbedrag. Het bedrag is onbekend, waarom eigenlijk? En weet u al waar gaat u het geld aan zal besteden?

Ook dat is een vraag die u beter aan de Moddermanstichting had kunnen stellen. Ik vraag mij zelfs af of de stichting er bewust voor heeft gekozen het bedrag niet te noemen. De Moddermanprijs gaat in ieder geval in de eerste plaats om de erkenning voor het proefschrift en de prachtige bronzen penning. Het geldbedrag, dat ‘ter vrije besteding’ wordt toegekend, is in dat licht bijzaak. Ik denk dat ik een deel van het bedrag reserveer voor een korte vakantie met mijn gezin en het voor het overige besteed aan een leuke activiteit met mijn collegae van het Instituut voor Strafrecht & Criminologie in Leiden.

U bent ook raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Den Bosch. Onlangs stelde Erik van den Emster, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak, dat de Rechtspraak terughoudend moet zijn met het inzetten van plaatsvervangers. Dat vindt u zeker wel jammer?

Nee hoor. Dit is een aloude discussie die eens in de zoveel tijd de kop opsteekt. Natuurlijk moet de rechtspraak terughoudend zijn met het inzetten van plaatsvervangers. Van de rechtspraak mag immers worden verwacht dat zij met het eigen personeel haar taken verricht. Dit neemt niet weg dat de inzet van plaatsvervangers – mits dit op bescheiden schaal gebeurt – kan zorgen voor een gezonde kruisbestuiving tussen wetenschap en rechtspraak.

Er zijn juristen die vinden dat het Nederlandse strafrechtklimaat te ‘guur’ is geworden. Jaap de Hullu, raadsheer in de Hoge Raad, noemt het klimaat ook verkild, maar beoordeelt het ‘niet onverdeeld negatief’. Wat is uw mening?

Het Nederlandse strafrechtklimaat is de laatste tien jaar onmiskenbaar guurder geworden. We moeten echter niet vergeten dat het strafrecht niet immuun kan en mag zijn voor de maatschapelijke opvattingen omtrent ‘misdaad en straf’. Dit neemt niet weg dat het naar mijn eigen smaak inmiddels wel weer tijd is de verharding van het strafrecht een halt toe te roepen. Drastische wettelijke maatregelen worden de laatste jaren wel erg gemakkelijk doorgevoerd, zonder dat daaraan een degelijke probleemanalyse ten grondslag ligt. Ik zou daarom zelf met name pleiten voor wat meer bezinning bij de voortdurende hervorming van het strafrecht.

Wat is het hoogtepunt uit uw juridische carrière?

Hoe schitterend de gebeurtenissen van dit jaar – de Moddermanprijs, mijn benoeming tot hoogleraar in Leiden – ook zijn, het hoogtepunt in mijn juridische carrière is toch zonder enige twijfel mijn promotie in 2010. Het is een mijlpaal in ieders academische carrière en dat is bij mij niet anders. Het geeft veel voldoening als het boek er na vele jaren hard werken eenmaal ligt. En laten we eerlijk zijn, mijn promotie vormt toch de basis voor de prachtige ontwikkelingen van dit jaar.

Wat of wie is in uw juridisch bestaan uw bron van inspiratie?

Dat is in de eerste plaats het vak zelf. Of het nu om de toepassing van het strafrecht in de praktijk gaat of om de wetenschappelijke benadering daarvan, telkens rijzen wat mij betreft vragen die fascineren. Gevraagd naar personen die mij inspireren, kies ik – zeker nu mijn proefschrift aan de basis ligt van dit interview – voor mijn promotoren Tineke Cleiren en Jaap Hijma. Zoals prof. De Roos tijdens de laudatio van de Moddermanprijs zei, het proefschrift past duidelijk in de Cleiren-traditie. Tegelijkertijd is het Jaap Hijma gelukt om het privaatrecht in mijn boek de plaats te geven die het verdient.

Welk wetsartikel vindt u het mooist?

Hoewel er veel valt af te dingen op de wijze waarop deze bepaling in de jurisprudentie wordt toegepast, denk ik dat ik dan toch kies voor art. 359a Sv. Het laat prangend zien dat ook de overheid zich bij de opsporing en vervolging van strafbare feiten moet houden aan de eisen van de wet en het ongeschreven recht. Tegelijkertijd brengt het tot uitdrukking dat niet elk schoonheidsfoutje fatale gevolgen hoeft te hebben. De afweging waartoe art. 359a Sv dwingt, is prachtig voer voor strafrechtjuristen.

Welk wetsartikel het slechtst?

Ik kies voor art. 273f Sr, de strafbaarstelling van mensenhandel. Ik heb deze bepaling inmiddels al talloze malen gelezen, maar begrijp hem dankzij haar ingewikkelde redactie nog steeds maar nauwelijks. Ik sta hier, vrees ik, niet alleen in en dat terwijl het voor de rechtspraktijk zo’n belangrijke bepaling is.

Welke juridische website raadpleegt u vaak?

Rechtspraak.nl. Ik kan er niet meer van maken.

Welk boek las u het laatst?

‘De verliefden’ van Javier Marías, een prachtig geschreven roman over een vrouw die gefascineerd is door het echtpaar dat ze elke ochtend ziet in het café waar ze ontbijt. Op een zeker moment wordt de man van het echtpaar op straat neergestoken, waarna de hoofdpersoon verwikkeld raakt in het leven van het echtpaar. Zowel spannend als poëtisch. Ik had nooit eerder iets gelezen van Javier Marías, maar het is echt een absolute aanrader.

Met wie zou u een gevangeniscel willen delen?

Op dit moment zou ik zonder meer kiezen voor mijn vrouw en onze vorige week geboren dochter. Maar goed, om het voor de juridische lezer wat interessanter te houden, kies ik voor de na de formatie aantredende nieuwe minister van Justitie. Ik zou graag eens uitgebreid met hem of haar van gedachten wisselen over de vraag hoe het strafrecht zich de komende jaren zou moeten ontwikkelen.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Ministerie van Justitie en Veiligheid zoekt een

Scroll naar boven