Yvonne Donders over haar verkiezing in het Mensenrechtencomité van de VN

Mr. van de week is Yvonne Donders. Ze is hoogleraar Internationale mensenrechten en culturele diversiteit aan de Universiteit van Amsterdam, voorzitter van de afdeling Internationaal en Europees publiekrecht van de UvA en lid van het College voor de Rechten van de Mens. Donders werd onlangs gekozen in het Mensenrechtencomité van de Verenigde Naties. Haar termijn loopt van 2023 tot en met 2026.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Gefeliciteerd! U bent net terug uit New York, was het een spannende verkiezing?
“Heel erg spannend! Sinds Nederland mij afgelopen najaar officieel nomineerde heb ik actief campagne gevoerd samen met het ministerie van Buitenlandse Zaken, via verschillende kanalen. Er is een campagnefilmpje gemaakt en een prachtige folder, en  daarnaast is er vanuit het ministerie, maar ook op alle ambassades, heel hard gewerkt om zoveel mogelijk stemmen van landen te krijgen. De Nederlandse permanente vertegenwoordiging bij de VN in New York is maandenlang bezig geweest mijn kandidatuur onder de aandacht van staten te brengen. Ik heb zeventig bilaterale gesprekken gevoerd met partijstaten, zowel online als in New York; soms was het inhoudelijk, soms meer een kennismaking. We kregen wel het idee dat we een goede kans maakten bij de verkiezingen, maar je weet het pas als de stemming geweest is. En dat we de meeste stemmen kregen, 132 van de 168, was echt heel bijzonder.”

Dit lijkt ons zo’n beetje het hoogste wat je als mensenrechtenjurist kunt bereiken. Bent u blij met deze nieuwe functie?
“Ik ben echt heel erg blij. Ik ben formeel geen jurist, want ik heb geen rechten gestudeerd, maar internationale betrekkingen en internationaal recht. Maar ik beschouw mezelf toch als een ‘halve’ jurist, want ik ben gepromoveerd aan de rechtenfaculteit en ook benoemd als hoogleraar aan een rechtenfaculteit. Maar omdat ik formeel geen jurist ben, is dit inderdaad zo ongeveer het hoogst haalbare, ik zou bijvoorbeeld geen rechter bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens kunnen worden. In dit Comité zitten overigens wel veel juristen, en halve juristen zoals ik, maar ook mensen met een achtergrond in bijvoorbeeld sociale wetenschappen.
Daarnaast vind ik het Comité juist zo interessant omdat het een wereldwijd mandaat heeft, dus niet alleen voor Europa. De VN en het multilaterale hebben mij sowieso altijd geboeid en getrokken. Voordat ik bij de UvA ging werken heb ik vier jaar bij UNESCO in Parijs gewerkt. Deze ervaring in een internationale organisatie heeft me erg geholpen bij mijn campagne en zal me ook helpen in het werk voor het Comité.”

Met zeventien andere onafhankelijke deskundigen gaat u controleren of landen het VN-verdrag over burgerrechten en politieke rechten naleven. Hoe belangrijk is dit comité om de mensenrechtensituatie wereldwijd te verbeteren?
“Enorm belangrijk, en dat zeg ik niet alleen omdat ik er vanaf volgend jaar zelf lid van ben. Ik ben heel erg overtuigd van de nut en noodzaak van onafhankelijk internationaal toezicht. Staten kunnen vrijwillig partij worden bij mensenrechtenverdragen, maar daarna houdt die vrijwilligheid wel op. Dan heb je je als staat gecommitteerd aan juridisch bindende verplichtingen. De eerste verplichting is om het verdrag op nationaal niveau te implementeren in wetgeving en beleid, en om op nationaal niveau onafhankelijk en onpartijdig toezicht te houden op de naleving van het verdrag. Maar daarnaast is er het internationaal toezicht. Elke partijstaat moet periodiek, ongeveer elke vier jaar, rapporteren aan het Comité over de manier waarop het verdrag wordt geïmplementeerd en ook over de knelpunten die landen hierbij ervaren. Het Comité gaat op basis van dit rapport, maar ook met informatie van nationale mensenrechteninstituten en mensenrechtenorganisaties, in gesprek met het land en geeft aanbevelingen over hoe het beter kan en moet. Deze aanbevelingen zijn weliswaar niet juridisch bindend, maar staten kunnen ze ook niet zomaar naast zich neerleggen.

Het Comité kan daarnaast, als staten dit hebben geaccepteerd, klachten ontvangen van individuen en groepen die menen dat hun rechten geschonden zijn. Het Comité behandelt deze klachten en doet dan een uitspraak in de vorm van een zogenaamde zienswijze (View). Ook deze is niet juridisch bindend, maar kan ook niet zomaar worden genegeerd.
Tot slot neemt het Comité Algemene Commentaren aan (General Comments). Uit alle rapportages, aanbevelingen en klachten, destilleert het Comité interpretatie van verdragsbepalingen of meer algemene onderwerpen. Deze commentaren zijn dus niet gericht tegen een bepaalde staat, maar tegen alle partijstaten.

Draagt dit bij aan de verbetering van mensenrechten wereldwijd? Zeker, zou ik zeggen. Maar het Mensenrechtencomité doet dit niet alleen. Er zijn nog negen andere onafhankelijke verdragscomités die toezicht houden op andere mensenrechtenverdragen. En daarnaast is er ook nog is de VN Mensenrechtenraad, die bestaat uit vertegenwoordigers van staten. Bij al deze procedures is natuurlijk de samenwerking met de nationale mensenrechteninstituten, mensenrechtenorganisaties en mensenrechtenverdedigers cruciaal. Uiteindelijk moeten verbeteringen en veranderingen op nationaal en lokaal niveau gebeuren. Een VN Comité kan aansporen en druk uitoefenen, maar alleen top-down werkt niet, het is belangrijk dat mensenrechten bottom-up werken en door mensen zelf worden genoten en ervaren.  Zoals ik in mijn campagne zei: het is belangrijk om te realiseren dat achter alle wetten, beleid, instanties en organisaties mensen schuilgaan en het zijn hun rechten waar het om gaat.”

Het asielbeleid, etnisch profileren − hoe vindt u dat het in Nederland is gesteld met de mensenrechten?
“Er is geen enkel land dat perfect en af is als het om mensenrechten gaat, dus ook Nederland niet. Europa doet het niet goed op het terrein van migratie en er zijn serieuze problemen met de rechtsstaat en democratie in diverse Europese landen. Nederland laat bijvoorbeeld grote steken vallen in de asielopvang en ook in het bestrijden van geweld tegen vrouwen. Dat laatste is een enorm hardnekkig probleem waar maar geen verbetering in lijkt te komen. Institutioneel racisme, in de Toeslagenaffaire maar ook breder, is een groot probleem. Ook op het terrein van huisvesting en gelijke kansen in het onderwijs is nog veel te verbeteren. Ik houd me bij het College voor de Rechten van de Mens onder andere bezig met de rechten van mensen met een beperking. Nederland is weliswaar al een paar jaar partij bij het VN Verdrag voor Rechten van Mensen met een Handicap, maar deze mensen ervaren nog steeds veel obstakels en knelpunten. Niet voor niets wordt Nederland regelmatig aangesproken door internationale toezichthouders op mensenrechtenproblemen. Daarom is dat internationale toezicht van belang.”

Hoe is uw bevlogenheid voor de mensenrechten ontstaan?
“Er is niet een bepaald moment of een bepaalde gebeurtenis die mijn belangstelling voor mensenrechten heeft aangewakkerd. Ik was altijd al wel maatschappelijk geïnteresseerd, ik heb op mijn vijftiende al meegelopen in een demonstratie tegen kernwapens. Tijdens mijn studie vond ik de vakken over mensenrechten het meest boeiend. Ik ben toen bij de Studentenvereniging voor Internationale Betrekkingen (SIB) actief geworden op de onderwerpen VN en mensenrechten en die interesse en bevlogenheid zijn altijd gebleven”

Als u het voor het zeggen had, dan…?
“Hoewel mijn CV misschien anders doet vermoeden, vind ik ‘het voor het zeggen hebben’ niet zo heel belangrijk. Dingen veranderen puur en alleen op basis van het feit dat iemand het zegt lijkt me niet erg duurzaam en gedragen. Zoals gezegd kent elk land mensenrechtenproblemen en deze problemen veranderen ook door de tijd heen. Ik hoop dat het mensenrechtensysteem dat we hebben opgebouwd, met verdragen en toezicht, zich steeds flexibel kan aanpassen aan nieuwe tijden.”

Wat is het hoogtepunt in uw carrière?
“Dat zijn er meerdere. Ik heb in een aantal prachtige steden gewerkt en hoogtepunten beleefd. In Utrecht tijdens mijn studie, in Maastricht tijdens mijn promotieonderzoek, in Parijs bij UNESCO, en nu in Amsterdam bij de UvA en in Utrecht bij het College voor de Rechten van de Mens. Ik vond de dagen van mijn promotie en van mijn oratie wel heel bijzonder, omdat daar zowel familie en vrienden als collega’s bij aanwezig waren. Een individuele carrière is altijd gebaseerd op steun van en samenwerking met veel mensen.”

Wie of wat is uw bron van inspiratie op mensenrechtelijk gebied?
“Ik haal inspiratie uit veel mensen en dingen. Maar specifiek voor mensenrechten zijn twee professoren in Maastricht belangrijk geweest. Theo van Boven en Kees Flinterman zijn beide heel bevlogen mensenrechtenspecialisten en zij hebben beide ook voor de VN gewerkt. Wat ik zo bijzonder aan hen vindt is dat zij met dezelfde inzet en hetzelfde gemak bij de VN kunnen onderhandelen met staten als lesgeven aan eerstejaarsstudenten en met allerlei verschillende mensen over hun mensenrechtenproblemen praten. Ik probeer dat ook te doen en hoopte altijd dat ik ooit in hun voetsporen kon treden. En kijk waar ik nu ben.”

Welk boek las u het laatst?
“Ik moet eerlijk bekennen dat ik vaak zoveel moet lezen voor mijn werk dat het er vaak niet meer van komt een ‘gewoon” boek’ te lezen. Ik luister graag naar podcasts, over maatschappij en politiek, maar ook over sport of spannende verhalen.”

Met wie zou u de mensenrechten in zijn of haar land wel eens willen bespreken?
“Ik ben voorzitter van de selectiecommissie van het Shelter City programma. Dat is een programma waarbij dertien steden in Nederland tijdelijk een mensenrechtenverdediger ergens uit de wereld opvangen. Met hen praten over hun werk en de mensenrechtensituatie in hun land maakt weer heel erg bewust voor wie we dit werk echt moeten blijven doen. Ik vraag ze ook wel eens te komen spreken voor mijn studenten. Want ik kan wel allerlei juridische procedures en thema’s uitleggen aan studenten, maar een verhaal van een mensenrechtenverdediger maakt veel meer indruk. Het laat zien waar het echt om gaat. Zoals gezegd, achter wetten en procedures gaan altijd echter mensen en hun rechten schuil, dat moeten we niet vergeten.”

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top