Advocatuur verliest greep op eigen toezicht

De advocatuur verliest de greep op het eigen toezicht. Dat blijkt uit de brief die minister Weerwind (voor Rechtsbescherming) op 29 juni heeft gestuurd naar de Tweede Kamer. De centrale toezichthouder zal in meerderheid uit niet-advocaten bestaan en een nieuwe Benoemingsadviescommissie van niet-advocaten krijgt een grote vinger in de pap bij de benoeming van leden van die centrale toezichthouder. De dekens kunnen niet langer tuchtklachten indienen.

Delen:

Toezicht advocatuur
Beeld: Depositphotos

Op dit moment staat de advocatuur onder toezicht van de elf regionale dekens. De minister verplaatst het toezicht naar een nieuwe centrale toezichthouder die Onafhankelijke Toezichthouder Advocatuur (OTA) gaat heten. Dit orgaan bestaat uit vijf leden: drie niet-advocaten en twee advocaten. De voorzitter is een niet-advocaat. De advocaten mogen geen andere functies binnen de advocatuur hebben en zijn vrijgesteld van de verplichting om ‘duurzaam en stelselmatig’ kantoor te houden.

De minister wijkt zo af van zijn eerdere voorstel uit de contourenbrief van 26 september 2022, waarin de centrale toezichthouder (toen Landelijke Toezichthouder Advocatuur) nog volledig uit advocaten bestond.

Weerwind komt zo deels tegemoet aan de bezwaren van 25 (oud-) advocaten, toezichthouders, bestuurders en wetenschappers die pleitten voor een toezichthouder die onafhankelijker is van de Staat en de advocatuur. Ook baseert de minister zich op een rapport van de hoogleraren Annetje Ottow, Sjoerd Zijlstra en Thomas Schillemans, die zich op verzoek van de minister bogen over de vraag of de landelijke toezichthouder binnen of buiten de advocatuur moet worden gepositioneerd. De hoogleraren zeggen daarover: “Als de OTA dichter bij de Staat wordt gepositioneerd, zijn er meer waarborgen nodig om beïnvloeding vanuit de Staat te voorkomen. Omgekeerd geldt ook dat als de OTA dichter bij de advocatuur wordt gepositioneerd, er meer waarborgen nodig zijn om beïnvloeding vanuit de advocatuur te voorkomen.”

Geheimhoudingsplicht

De toezichthouder krijgt een onafhankelijke positie ten opzichte van de overheid. De minister heeft geen rol bij benoemingen, de vaststelling van de begroting en de dagelijkse gang van zaken van de OTA. Besluiten van de OTA zijn niet vernietigbaar per Koninklijk Besluit. De minister kan die besluiten dus niet terugdraaien. De toezichthouder krijgt de mogelijkheid  een boete of last onder dwangsom op te leggen. Advocaten kunnen zich tegenover de toezichthouder niet beroepen op hun geheimhoudingsplicht, omdat de toezichthouder een soortgelijke geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht krijgt.

Om de onafhankelijkheid ten opzichte van de advocatuur te waarborgen geeft de minister advocaten een marginale invloed. In het oude model werden de leden van de LTA benoemd door het College van Afgevaardigden, op voordracht van de algemene raad van de NOvA. In het nieuwe voorstel van de minister speelt het College van Afgevaardigden geen rol meer. Het bestuur van de OTA wordt benoemd door de algemene raad, na een bindende enkelvoudige voordracht door een benoemingsadviescommissie. Die bestaat uit een lid van een Hoog College van Staat, een vertegenwoordiger uit de advocatuur en een vertegenwoordiger uit de wetenschap of het toezicht. De begroting en de jaarrekening van de OTA worden goedgekeurd door het college van toezicht, gehoord de algemene raad. De algemeen deken maakt niet langer deel uit van het college van toezicht. Dit bestaat straks volledig uit niet-advocaten die worden benoemd door de Kroon.

Meldpunt

Er komt één meldpunt bij de OTA waar alle signalen en klachten over advocaten gemeld moeten worden. De OTA mag straks de tuchtklachten indienen bij de tuchtrechter. De dekens verliezen deze bevoegdheid dus. De OTA kan klachten wel doorverwijzen naar de lokale deken voor verdere afhandeling. Met deze oplossing komt de minister deels tegemoet aan de bezwaren van de algemene raad die er voor pleitte om de klachtbehandeling volledig bij de dekens te laten.

De minister heeft ook een knoop doorgehakt over een ander belangrijk punt: de positie van de centrale toezichthouder. De OTA wordt binnen de advocatuur  gepositioneerd, als een zelfstandig orgaan van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA). De minister neemt diverse maatregelen om ongewenste beïnvloeding van de OTA te voorkomen. Het bureau van de OTA is op geen enkele wijze verbonden met het bureau van de NOvA.

Omdat het belangrijk is dat de OTA kan beschikken over eigen middelen, stelt het toezichtsorgaan de eigen begroting en financiële verantwoording op. Die moeten worden goedgekeurd door het college van toezicht, gehoord de algemene raad.  De advocatuur draagt de kosten van het eigen toezicht, die worden doorberekend aan advocaten.

Vertrouwenspersoon

Het bestuursrechtelijk toezicht (routinecontroles, dus niet het toezicht als reactie op klachten) komt volledig bij de OTA te liggen, de lokale dekens raken deze bevoegdheid dus kwijt. De dekens blijven wel een belangrijke rol vervullen bij de tuchtklachtbehandeling. De deken blijft voorzitter van de raad van de orde in het eigen arrondissement, bemiddelt tussen advocaten, behandelt klachten tegen advocaten en fungeert als vertrouwenspersoon.

Volgens de minister is hiermee sprake van “een model waarbij de toezichthouder beschikt over duidelijk afgebakende taken, rollen en bevoegdheden ten opzichte van de Staat en ten opzichte van de advocatuur zelf”.

De OTA wordt onder meer verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de Advocatenwet, de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft) en de Sanctiewet.

Lees meer over:

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Scroll naar boven