De gewijzigde Warmtewet: een beknopt overzicht

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

De Warmtewet is flink in beweging. Op 1 januari 2014 trad de wet in werking (‘Warmtewet 2014’). Na kritiek werd de wet versneld geëvalueerd, wat resulteerde in de Wet tot wijziging van de Warmtewet (‘Warmtewet 2018’).

De Warmtewet 2018 wordt gefaseerd ingevoerd op 1 juli 2019, 1 januari 2020 en op een nog nader te bepalen datum. Per 1 juli 2019 is de Warmtewet 2018 (behoudens enkele uitzonderingen) niet (meer) van toepassing op de relatie tussen de verhuurder en de huurder als de verhuurder warmte levert aan zijn huurder ten behoeve van de verhuurde woon- of bedrijfsruimte. Daarnaast vallen vereniging van eigenaars (VvE’s) die warmte leveren niet meer onder de reikwijdte van de wet. Vanaf 1 januari 2020 wordt de definitie van ‘verbruiker’ uitgebreid. Het gevolg daarvan is dat een verhuurder die warmte geleverd krijgt over een aansluiting van meer dan 100 kW, ook bij het doorleveren van warmte aan huurders met een individuele aansluiting van maximaal 100 kW, bescherming geniet ten opzichte van zijn warmteleverancier tegen te hoge tarieven. Onder meer deze wijziging van de Warmtewet (en enkele andere beperkte wijzigingen) is te vinden in het per 1 juli 2019 gewijzigde Beleidsboek Nutsvoorzieningen en Servicekosten van de Huurcommissie.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hield bij zijn vonnis van 9 juli 2019 rekening met de buitentoepassingstelling van de Warmtewet, ondanks dat de voorliggende kwestie speelde toen de Warmtewet nog gold. De verhuurder mocht de kapitaals- en onderhoudslasten van een verwarmingsinstallatie niet apart doorbelasten aan de huurder. Deze lasten worden op grond van het huurrecht (anders dan de Warmtewet) namelijk geacht in de kale huurprijs te zijn verdisconteerd (artikel 7:237 lid 2 BW). De rechtbank Rotterdam overwoog op 19 juli 2019 op grond van de huurwetgeving (en niet op grond van de sinds 1 juli 2019 niet meer van toepassing zijnde Warmtewet) dat het plaatsen van meters een dringende werkzaamheid is nu de verhuurder ex art. 7:259 BW gehouden is het verbruik per individuele woning zo nauwkeurig mogelijk te bepalen.

 

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten.

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top