Plea Bargain: goedkoop of duurkoop?

Het maken van afspraken over de uitkomst van een strafzaak (plea bargain) doet bij wijze van experiment intrede in het strafproces. De voordelen zijn bekend en het ontlast de strafrechtspleging, maar bestaat voldoende oog voor de nadelen?

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email
(foto: Depositphotos-BrianAJackson)

De strafprocessen die draaien om de vervolging van verdachten van betrokkenheid bij een criminele organisatie duren doorgaans lang en leggen veel beslag op de beperkt beschikbare zittingscapaciteit. Het zijn zaken waarin al lang voor de aanhoudingen van de verdachten uitgebreide opsporingsonderzoeken zijn gaan lopen, vaak in combinatie met de inzet van heimelijke trajecten en ingrijpende opsporingsmethoden. Als er eenmaal een zogenoemde ‘klapdag’ is geweest, komen de verdachten vast te zitten en kan de verdediging zich bekommeren om het formuleren van onderzoekswensen. Een belangrijk onderdeel van de processtrategie is het onderzoek naar de rechtmatigheid van de inzet van die ingrijpende opsporingsmiddelen. Een duidelijk voorbeeld betreft de zaken die voortspruiten uit de Frans-Nederlandse Encrocat-hack en alle belastende informatie die is verkregen door het kunnen meelezen met de niet aflatende stroom aan afgeschermde communicatie tussen potentiële verdachten. De stand van de jurisprudentie maakt duidelijk dat het voor de verdediging lastig is om van het OM en de feitenrechter informatie te krijgen en zo haar controlerende werk te kunnen doen. Met een ironische verwijzing naar het recht op privacy  van anderen krijgt de verdediging bijvoorbeeld slechts de beschikking over de eigen chatgesprekken. In het onderzoek Marengo werd toegang tot de hele dataset geweigerd, maar besloot de rechtbank wel dat inzage mogelijk zou moeten zijn bij justitie. In een hogerberoepzaak oordeelde het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onlangs wel dat sprake behoorde te zijn van een effectieve verdediging en dat niet alleen inzage vereist is in de hele dataset, maar ook dat het OM dat diende te faciliteren. Oftewel: veel gesteggel en langdurige processen.

In Rotterdam staan veel van dit soort zaken op het rooster, ook met vertragende incidenten. De rechtbank geeft aan dat met de steeds ruimere inzagemogelijkheden en de aanhoudende stroom onderzoekswensen de gemiddelde looptijd enorm oploopt. Om die reden had de rechtbank een balletje opgeworpen of het OM en de verdediging buiten de zittingszaal procesafspraken zouden kunnen maken over bijvoorbeeld de strafeis en het afstand doen van onderzoekswensen. Hoewel dat onwerkbaar leek (vooral omdat de verdachte volhield onschuldig te zijn), ligt er een maand later daadwerkelijk een afsprakenlijstje waarmee de procesdeelnemers uit de voeten zouden kunnen. De strafeis is geformuleerd, er volgt afstand van de onderzoekswensen en het in beslag genomen geldbedrag, en – als het vonnis deze uitkomst bevat – afstand van hoger beroep. De rechtbank zelf acht zich geen partij en behoudt de vrijheid ten gunste van de verdachte af te wijken (bijvoorbeeld bij een vrijspraak), maar zij benadrukt ”zich bewust te zijn van de afspraken en dat zij voorlopig geen grond ziet om die af te wijzen”. De inhoudelijke behandeling vindt nu al op 10 december plaats.

Op deze manier doet de plea bargain intrede in het Nederlandse strafproces, op een wijze die we nog niet kennen. Hoewel veel te zeggen is voor de pragmatiek, is het onzeker of dit in veel zaken goed zal gaan werken. De eerste ervaringen zijn voorzichtig positief en bij verschillende rechtbanken wordt geëxperimenteerd met politierechterzittingen. De criticus vraagt zich af wat voor de verdachte de winst zal zijn om zich aan afspraken te committeren en dergelijke afspraken zouden in elk geval nooit zonder rechtsbijstand aan een verdachte mogen worden beklonken. Bewijsbaarheid en opportuniteit van vervolging dienen immers goed tegen het licht te worden gehouden. Bovendien wordt in de grote zaken wellicht te gemakkelijk afstand gedaan van onderzoekswensen waarvan de resultaten principiële verweren kunnen voeden, waarmee de controle op en de legitimiteit van de opsporing ook verder onder druk zou kunnen komen te staan.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top