Een dolenthousiaste tienjarige die niets liever wil dan notaris worden: u heeft vast niet lang getwijfeld om voor Rodayna uw kantoordeuren te openen? Hoe is dat ongeveer gegaan?
“Geen seconde twijfel natuurlijk. Een tienjarige die roept dat ze notaris wil worden, fantastisch toch! Dat hoor je niet elke dag. Zelf vind ik nog dagelijks dat ik het mooiste beroep ter wereld heb en hoe leuk is het dan dat je zo’n jong iemand mag proberen net zo enthousiast te maken.”
De oplettende kijker kent u wellicht nog van Kopen zonder kijken, waar u jarenlang de vaste notaris was. Hoe was het om na een paar jaar weer een keer voor de camera te staan?
“Een camera went snel. Je vergeet eigenlijk dat het gefilmd wordt, want je focus ligt op Rodayna en haar laten zien wat een notaris allemaal doet.”
Heeft u al veel reacties gehad op de uitzending? Wat vinden mensen ervan?
“Het staat nog maar net online, maar de mensen die het gezien hebben vonden het heel erg leuk.”
Wilde u zelf ook als kind al notaris worden, of kwam die ambitie later pas?
“Toen ik tien was wist ik niet wat een notaris was. Pas toen een enthousiaste notaris tijdens mijn rechtenstudie kwam vertellen over het vak heb ik de richting Notarieel recht gekozen.”
Het notariaat heeft te kampen met een naderende uitstroomgolf en gebrek aan kantooropvolging. Heeft u in dat kader nog een gouden tip aan de KNB om meer jongeren net zo enthousiast te maken voor het notarisvak als Rodayna?
“Laat het vak zien zoals het echt is en doe dat vroeg. Niet pas op de universiteit, maar al op de middelbare school. Het beeld dat jongeren van een notaris hebben is vaak stoffig en formeel, terwijl het werk in de praktijk draait om mensen, om verhalen, om momenten die er echt toe doen – een huis kopen, een bedrijf overdragen, een testament opstellen. Initiatieven zoals Later als ik groot ben doen precies dat: het vak concreet en menselijk maken in plaats van abstract. Mijn tip aan de KNB: investeer structureel in dit soort zichtbaarheid, niet als eenmalige actie maar als vaste koers.
Ik denk dat we die taak niet alleen aan de KNB moeten overlaten, maar dat kantoren zelf ook goed moeten nadenken over de toekomstbestendigheid van ons vak en de manier waarop we ons werk inrichten en wie en wat daar dan voor nodig is. Door de enorme werkdruk komen we daar helaas nauwelijks aan toe.”
Wie of wat is in uw juridische carrière uw bron van inspiratie?
“Voor mij is iedere vakidioot een bron van inspiratie. Ik hou van mensen die met zichtbaar enthousiasme een lezing of cursus geven. Maar als ik echt een kantoor zou moeten noemen dan is het dat van Van Grafhorst notarissen in Utrecht die lang geleden de akten begonnen met ‘Vandaag’ in plaats van ‘Heden verscheen voor mij…’
Zelf probeer ik de juridische inhoud van stukken ook zo simpel mogelijk te vertalen naar voor mijn cliënten begrijpelijke taal.”
Welk boek las u het laatst?
“Narcis, geschreven door Judith Fanto. Een historische en psychologische roman over vriendschap, geheimen en trouw. Het volgt een groep vrienden rond de Tweede Wereldoorlog en de keuzes die ze maken.”
Wat is uw favoriete wets- of verdragsartikel?
“Artikel 1 van de Grondwet: het gelijkheidsbeginsel – iedereen die zich in Nederland bevindt, wordt in gelijke gevallen gelijk behandeld, ongeacht godsdienst, afkomst, geslacht of welke grond dan ook. Het is misschien wel het meest fundamentele artikel dat we hebben en het raakt ook mijn eigen vak: als notaris sta ik voor iedere cliënt op dezelfde onafhankelijke, zorgvuldige manier klaar. Dat principe zit in de kern van wat het notariaat betekent.”
Met welke historische figuur zou u graag eens in gesprek gaan?
“Met Hugo de Groot. Hij begon op zijn 11e al aan een rechtenstudie aan de universiteit. Hij schreef boeken over dat niemand eigenaar van de zee is en dat er ook in geval van oorlog regels moeten gelden. Naast rechten hield hij zich ook bezig met filosofie en poëzie. Ik zou hem graag vragen wat hij van het huidige internationale recht vindt en natuurlijk hoor ik ook graag zijn eigen versie van het verhaal van de boekenkist.”
Als u het voor het zeggen had, dan…?
“Dan zou elke middelbare scholier in Nederland minstens één keer in zijn schoolloopbaan een dag meelopen bij een notaris, een advocaat of een rechter – gewoon om te zien wat het recht in de praktijk betekent. Rodayna liet zien hoe groot de impact van zo’n dagje kan zijn. Dat verdient een structurele plek, niet alleen een leuke uitzending.”
