Tegenstrijdige algemene voorwaarden

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

De meeste geschillen over algemene voorwaarden gaan over de vraag wiens algemene voorwaarden onderdeel van de overeenkomst zijn gaan uitmaken. Dat is een kwestie van aanbod en aanvaarding, waarbij Nederlands recht de gewelddadig klinkende ‘first shot’-doctrine hanteert: de als eerste van toepassing verklaarde algemene voorwaarden maken onderdeel uit van de overeenkomst, tenzij ze uitdrukkelijk van de hand worden gewezen. Anders is het wanneer twee verschillende sets algemene voorwaarden allebei onderdeel van de overeenkomst zijn geworden. De overeenkomst bevat dan innerlijke tegenstrijdigheden die Haviltexend moeten worden opgelost, zo volgt uit HR 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1125 (ForFarmers/X).

Een leverancier van mais sluit een overeenkomst met een afnemer, waarop partijen de branchevoorwaarden van toepassing verklaren. Daarnaast worden in een standaardtekst onderaan het briefpapier van de leverancier ook nog diens eigen algemene voorwaarden van toepassing verklaard. De branchevoorwaarden bevatten een arbitrageclausule, terwijl de eigen voorwaarden van de leverancier exclusieve bevoegdheid toekennen aan de Rechtbank Middelburg. Bij onenigheid over de kwaliteit van de mais gaat de koper naar de rechtbank, die zich met een beroep op de arbitrageclausule onbevoegd verklaart.

De koper zoekt aansluiting bij HR 28 november 1997, NJ 1998/705 (Visser/Avéro). In die zaak was in een overeenkomst naar twee sets algemene voorwaarden verwezen (“voorwaarden A of voorwaarden B zijn van toepassing”), zonder dat was geregeld welke set wanneer van toepassing was. De Hoge Raad oordeelde toen dat geen van beide sets onderdeel van de overeenkomst is gaan uitmaken. In dit geval zijn echter beide sets naast elkaar onderdeel van de overeenkomst geworden, zodat die innerlijk tegenstrijdige bepalingen bevat. Aan de hand van de Haviltex-maatstaf moet dan worden vastgesteld welke bepaling prevaleert.

Daarbij kan de rechter gewicht toekennen aan onder meer de wijze waarop specifieke bedingen in de overeenkomst zijn opgenomen (vgl. HR 13 juni 2003, NJ 2003/506). Het hof mocht in dit geval oordelen dat de – uitdrukkelijk overeengekomen – branchevoorwaarden prevaleren boven de – voorgedrukte – verwijzing naar de algemene voorwaarden van de verkoper, zodat partijen op arbitrage zijn aangewezen.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top