IE

Verzet tegen aantasting bouwwerk alleen mogelijk bij reputatieschade

Een architect kan zich alleen met succes verzetten tegen een aantasting van een door hem ontworpen bouwwerk, als die aantasting hem ook reputatieschade oplevert.

Dat heeft de Hoge Raad beslist in een zaak over de verbouwing van een kantoorpand (HR 29 maart 2018, IEF 18353 (Dijkstra/De 4 Jaargetijden)). Architect Dijkstra maakte daar bezwaar tegen op grond van zijn auteursrechtelijke persoonlijkheidsrechten. Rechtbank en gerechtshof beslisten eerder al dat de verbouwing, die ten doel had het veertig jaar oude kantoorpand dat al zeven jaar leeg stond, een woonbestemming te geven, toelaatbaar is.

Het gaat om interpretatie van artikel 25 lid 2 sub c en d Auteurswet. Volgens ‘sub d’ kan de auteur zich verzetten tegen “elke misvorming, verminking of andere aantasting van het werk, welke nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of de naam van de maker of aan zijn waarde in deze hoedanigheid”.

De Hoge Raad bevestigt nu dat een auteur “zich slechts dan op grond van deze bepaling tegen een aantasting van zijn werk kan verzetten, indien deze aantasting tot reputatieschade kan leiden, ook wanneer de aantasting bestaat in een misvorming of verminking van het werk”. (3.5.4.) “Bij de beantwoording van de vraag of een aantasting […] tot reputatieschade kan leiden, brengt reeds de aard van dit vereiste mee dat het erom gaat hoe het relevante publiek hierover denkt.” (3.6.2.)

Daarbij zijn van belang “de aard en ernst van de aantasting, de mate van bekendheid van het werk en van de maker bij het relevante publiek, de reden voor de wijziging waarin de aantasting is gelegen, de waarneembaarheid daarvan voor het relevante publiek, en de tijd die reeds is verstreken tussen de voltooiing van het werk en de aantasting”. Dat is een belangenafweging.

Volgens ‘sub c’ heeft een auteur “ het recht zich te verzetten tegen elke andere wijziging in het werk, tenzij deze wijziging van zodanige aard is, dat het verzet zou zijn in strijd met de redelijkheid”. Of verzet tegen wijziging redelijk is “dient te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval” waarbij “indien het gaat om bouwwerken, bijzonder gewicht toekomt aan de reden voor de wijziging, die veelal gelegen zal zijn in een wijziging van de bestemming of gebruiksfunctie van het bouwwerk”.  Dat Dijkstra zich heeft opengesteld voor overleg en alternatieven heeft aangedragen, brengt op zich niet mee dat zijn verzet daardoor wel redelijk is.

Kortom, als er een goede reden voor is, mag een gebouw worden verbouwd. (Tenzij de eigenaar het erg bont maakt, als bij Naturalis in Leiden, zie Snelrecht van 21 april 2017 en IEF 16715.)

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

Dirk Visser

Dirk Visser

Dirk Visser is advocaat bij Visser Schaap & Kreijger en hoogleraar intellectueel eigendomsrecht aan de Universiteit Leiden.

Recente vacatures

Recente vacatures

Winkelmand