Twijfel over wetsvoorstel opkoopbescherming

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Op 24 november 2020 heeft de minister van Binnenlandse zaken het wetsvoorstel opkoopbescherming in internetconsultatie gebracht. De opkoopbescherming moet ervoor zorgen dat in gewilde gebieden huizen beschikbaar blijven voor mensen die er zelf in gaan wonen.

Aanleiding voor het wetsvoorstel is het historisch woningtekort. Hierdoor staat de beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen in veel gebieden van Nederland onder druk. Op dit moment zouden gemeenten geen mogelijkheden hebben om te sturen op de samenstelling van de bestaande koopwoning voorraad, waardoor zij in de bestaande bouw niet kunnen borgen dat koopwoningen beschikbaar blijven. Dit terwijl juist de bestaande bouw het grootste deel van de woningvoorraad betreft. Met het wetsvoorstel wil het kabinet de kansen tot toetreding op de koopwoning markt voor starters en mensen met een middeninkomen op korte termijn verbeteren. Steeds meer koopwoningen worden gekocht door beleggers. Nu de woningmarkt wordt gekenmerkt door schaarste gaat iedere woning die door een belegger wordt gekocht ten koste van de mogelijkheid voor starters om die te kopen.

Met ingang van de wet kan de gemeenteraad een opkoopbescherming voor buurten invoeren, in de vorm van een verbod om de woning zonder vergunning te verhuren. Het verbod geldt dan tot (maximaal) vier jaar na aankoop van de woning. Wel moet de gemeenteraad eerst onderbouwen in welke buurten door de schaarste onevenwichtige en onrechtvaardige effecten optreden en waarom de maatregel noodzakelijk en effectief is. De maatregel kan ook worden ingezet indien dit noodzakelijk is voor het behoud van de leefbaarheid van de buurt. De maatregel ziet uitsluitend op goedkope en middeldure woningen. De invulling van deze begrippen verschilt per gemeente.

Er bestaan wel uitzonderingen op de maatregel. In die gevallen kan de eigenaar van de woning een vergunning aanvragen bij de gemeente. Wanneer de gemeente deze vergunning heeft afgegeven mag er dus alsnog worden verhuurd. Gemeenten moeten een vergunning afgeven indien de woning wordt verhuurd aan een familielid. Bijvoorbeeld ouders die een woning kopen voor hun kind. De gemeente moet ook een vergunning geven indien de eigenaar de woning tenminste 12 maanden na de koop zelf heeft bewoond of als de woonruimte onlosmakelijk deel uitmaakt van een bedrijfsruimte. Voorts kunnen gemeenten zelf extra uitzonderingsgevallen bepalen die passend zijn bij de problematiek en samenstelling van de buurt waarin de opkoopbescherming wordt ingevoerd.

Persoonlijk heb ik mijn twijfels over het wetsvoorstel. Ik snap het doel, maar ik betwijfel of het middel de beste manier is om de problematiek aan te pakken. Bovendien vraag ik mij af of met de maatregel het probleem niet slechts wordt verschoven naar een buurt waar de opkoopbescherming niet geldt.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top