Mr. van de week

Carel van Lynden over hulp aan gedrogeerde Fransen en andere consulaire taken

Carel van Lynden
Carel van Lynden (foto: Ten Holter Noordam)

Mr. van de week is Carel baron van Lynden, of counsel bij Ten Holter Noordam. Hij ontving uit handen van de Franse ambassadeur Luis Vassy de onderscheiding behorende bij de benoeming tot ‘Chevalier de la Légion d’Honneur’. Van Lynden kreeg de ridderorde omdat hij ruim 25 jaar honorair consul van Frankrijk in Rotterdam was. Als advocaat houdt hij zich bezig met de maritieme praktijk.

Gefeliciteerd met deze Franse versie van het lintje! Was u verrast toen u hoorde dat u zou worden onderscheiden?
Het is een typisch Nederlands gebruik dat een lintje een verrassing is. In Frankrijk is dat niet zo. Daar krijg je een mooie brief en mag je de uitreiking zelf invullen. Ik had er eerlijk gezegd ook een beetje op gehoopt, want ik heb daadwerkelijk veel voor Frankrijk en Fransen kunnen doen.

“Vive la France” waren de slotwoorden van uw toespraak na aanvaarding van de onderscheiding. Wat heeft u met Frankrijk?
“In mijn jeugd gingen we altijd in Frankrijk met vakantie, mijn vader was een groot francofiel. En we hebben al dertig jaar in de Bourgogne een vakantiehuis (een oud stationnetje van de SNCF), dus de relatie met Frankrijk was er al. Maar het was toch toeval dat men bij mij terechtkwam als honorair consul. Typisch een geval van op het goede moment op de goede plaats zijn.
In de loop der jaren is de band met Frankrijk natuurlijk gegroeid. Groot voordeel is dat ik er echt goed Frans door ben gaan praten en de Franse cultuur goed ben gaan begrijpen. Aan de ene kant voor ons moeilijk te vatten, een volk dat zo vasthoudt aan alles zoals het was; aan de andere kant de trots op en kennis van hun geschiedenis: prachtig! Grappig is dat Frankrijk, een republiek, eigenlijk meer functioneert als een (oud) koninkrijk, terwijl Nederland meer functioneert als een republiek. Gelijkheid, het égalité uit de lijfspreuk van Frankrijk liberté, égalité et fraternité, is meer op Nederland van toepassing dan op Frankrijk.

Toen u werd benaderd voor het honorair consulschap dacht u dat die functie niet veel meer inhield dan af en toe een glas champagne drinken op een receptie, maar de praktijk bleek anders. Wat waren uw belangrijkste taken?
In de tijd van mijn benoeming stonden de verhoudingen tussen Frankrijk en Nederland op een zeer laag pitje: Frankrijk hanteerde een zeer repressieve politiek betreffende drugs, terwijl Nederland juist een extreem liberaal was. Het gevolg was een grote dagelijkse toestroom van jonge Fransen die hier drugs kwamen kopen (Perron 0, drugsrunners, dominee Visser). Zij werden regelmatig beroofd, en gedurende een aantal jaar stierven jaarlijks zo’n 25 jonge Fransen in Rotterdam aan een overdosis. Dat kwam allemaal op mijn bordje. Mijn taken in de eerste periode betroffen dus vooral hulp aan Franse drugsgebruikers: repatriëring van mensen, verzegeling kisten, bezoek in politiecellen en dat soort zaken. Na een jaar of tien normaliseerden de verhoudingen wat en werd dit gelukkig allemaal minder, waarna de ‘normale’ consulaire taken de overhand kregen.

Meteen de eerste de beste dag als honorair consul zaten er vijf gedrogeerde Fransen in de wachtkamer van uw toenmalige kantoor AKD. Hoe reageerden uw collega’s daarop?
Tja, dat was wel even schrikken en natuurlijk nooit de bedoeling geweest. De politie dacht: mooi, er is weer een Frans consulaat, we sturen ze daarnaar toe. Het gaf wel eens overlast, maar doorgaans wisten we de mensen snel te helpen, waardoor ze ook weer snel vertrokken waren. Eén keer moest de hondenbrigade eraan te pas komen om een met een schaar dreigende Fransman uit het kantoor te verwijderen.

U bent een fervent pleitbezorger van etiquette en goede omgangsvormen, ook op zakelijk gebied, zo vertelde u in twee jaar geleden in Mr. (‘Geen tattoos op kantoor’, Mr. 10/2017, p. 73). Heeft u na ruim veertig jaar in de advocatuur een boodschap voor de jonge generatie?
Zeker: denk niet alleen vanuit jezelf, maar verplaats je wat meer in de ander. Wij Nederlanders zijn erg geneigd om te denken: hoezo?, accepteer me maar zoals ik ben, en ik bepaal zelf wel wat ik doe/draag/zeg et cetera, in plaats van rekening te houden met de ander. Wij denken dat directheid vanzelfsprekend is, terwijl je daarmee anderen makkelijk kunt kwetsen. Zodra je met mensen uit andere culturen te maken krijgt, merk je hoe weinig voorkomend wij eigenlijk zijn. Dat kan beter!

Als u het voor het zeggen had dan…?
Dan zou iedereen een cursus goede manieren moeten doen voor hij op klanten (en kantoorgenoten!) losgelaten wordt.

Wat is het hoogtepunt in uw juridische carrière?
Tot mijn genoegen kan ik zeggen dat er vele waren en zijn. Om er een te noemen: in mijn eerste maanden als advocaat mocht ik optreden voor de stuurman van de ‘Energy Concentration’, een supertanker die in de haven doormidden brak. Dat was natuurlijk een prachtzaak, met veel publiciteit, geweldig om te doen!

Wie of wat is in uw juridisch bestaan uw bron van inspiratie?
Niet een specifiek iemand. Ik heb grote bewondering voor advocaten die werken in landen waar het werken moeilijk is, maar die toch doorzetten.

Welk boek las u het laatst?
De meeste mensen deugen van Rutger Bregman. Prachtig boek met een positieve, goed onderbouwde, boodschap.

Met welke beroemdheid zou u een gevangeniscel willen delen?
Barack Obama, maar liever niet te lang…

Lees over de studententijd van Carel van Lynden.

Wilt u geen belangrijk juridisch nieuws meer missen?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over de auteur

redactie Mr.

redactie Mr.

Recente vacatures

Recente vacatures