Mr. van de week: Tineke Hilverda

Delen:

Tineke HilverdaMr. van de week is Tineke Hilverda. Zij is initiatiefnemer en dagvoorzitter van het symposium ‘De administratie: een quick win voor de faillissementsfraudebestrijding!’ dat op donderdag 20 juni door de Radboud Universiteit Nijmegen in het Wyndham Apollo Hotel in Amsterdam wordt georganiseerd. Hilverda is senior raadsheer en opleidingscoördinator bij het Gerechtshof Den Bosch en sinds twee jaar ook hoogleraar faillissementsfraude aan de Nijmeegse universiteit.

Bij een derde van alle faillissementen wordt fraude gepleegd. Hoe hebben we het zover kunnen laten komen?

Voor de aanpak van faillissementsfraude is vereist dat curatoren, de Belastingdienst, politie en justitie samenwerken. Het ontbrak tot voor kort aan voldoende intrinsieke motivatie om hiertegen op te treden. Daarin begint langzaam verandering te komen. Zo heeft Minister Opstelten recentelijk verschillende maatregelen in gang gezet. Denk aan de instelling van een Centraal Meldpunt Faillissementsfraude, de invoering van een civielrechtelijk bestuursverbod en meer financieel rechercheurs voor de politie. In Den Haag draait inmiddels een succesvolle pilot waarbinnen door de politie en het parket eenvoudige gevallen van faillissementsfraude voor de strafrechter worden gebracht. De uitrol daarvan richting politiekorpsen en parketten elders in het land stokt helaas, omdat de invoering van afdelingen voor de aanpak van financieel-economische criminaliteit op zich laat wachten. Daardoor kan het Centraal Meldpunt de aangemelde zaken niet goed kwijt. Opstelten zal zijn bevoegdheden moeten inzetten, wil deze uitrol binnen afzienbare tijd worden gerealiseerd. Daarmee staat of valt het antwoord op de vraag of er uiteindelijk ook ècht iets gaat veranderen. Wat dat betreft staat ook de Belastingdienst voor een belangrijke keuze: het wel of niet invoeren van op dezelfde leest geschoeide Insolventieteams in alle MKB-regio’s. Pas als dat gebeurt, kan ook de Belastingdienst haar rol vervullen bij het voorkomen en bestrijden van faillissementsfraude.

De financiële en maatschappelijke schade van faillissementsfraude zou enorm zijn. Hoe groot is de impact?

Uit onderzoeken komt naar voren dat in een kwart tot een derde van alle faillissementen sprake is van faillissementsfraude. Dat komt neer op ruim 3000 gevallen per jaar. De met faillissementsfraude gemoeide financiële schade is enorm. In de Tweede Kamer wordt wel gesproken over een bedrag van 1,7 miljard euro per jaar. Tot de benadeelde schuldeisers behoort de Belastingdienst, en daarmee raakt het de samenleving als geheel. Geregeld worden ook bonafide schuldeisers meegesleurd in een eigen faillissement doordat zij door de faillissementsfraudeur niet worden betaald. Daarnaast ondermijnt faillissementsfraude het vertrouwen in het handelsverkeer. Tot welke economische malaise schending van dat vertrouwen kan leiden, leert de huidige kredietcrisis. En verder heeft het niet adequaat aanpakken van fraude natuurlijk een normvervagende werking. Als brutale fraudeurs vrijuit gaan, vermindert de bereidheid van de slachtoffers om zichzelf wel aan de regels te houden.

Op welke wijze kan administratie een quick win zijn voor de fraudebestrijding?

Faillissementsfraude gaat meestal gepaard met het niet aan de curator ter beschikking stellen van een fatsoenlijke administratie, geregeld in combinatie met een (nagenoeg) lege failliete boedel. Uit een door Zembla in het najaar van 2012 gehouden enquête onder leden van Insolad en JIRA (Jonge InsolventieRechtAdvocaten) kwam naar voren dat deze combinatie voorkomt in bijna een vijfde respectievelijk ruim een kwart van alle faillissementen die zij behandelen. Dat komt ongeveer overeen met het percentage faillissementen waarin sprake is van faillissementsfraude. De curator is dan niet snel bereid op eigen kosten onderzoek te doen en heeft bovendien regelmatig te weinig forensische boekhoudkundige kennis. Voor de curator is het dan lastig om de eventueel aanwezige boedel te verdelen en om paulianeuze handelingen, (faillissementsfraude)delicten of andere daden van onbehoorlijke taakvervulling op te sporen en de hierdoor veroorzaakte schade voor de faillissementsschuldeisers ongedaan te maken. Dit impliceert dat een grote kans bestaat dat de fraude niet wordt ontdekt of aanwijzingen daarvan niet nader worden onderzocht.

Het is dan ook van groot belang dat het niet correct voldoen aan de administratieve verplichtingen wordt ontmoedigd. Dat kan op twee manieren. In de eerste plaats door een betere forensische analyse van de wel aanwezige administratie door of namens de curator. Forensische accountants zeggen niet voor niets dat bestuurders kunnen liegen, maar cijfers niet. Uit de administratie, bankafschriften, mailwisseling etc. zijn namelijk veel fraude-indicatoren te destilleren. Vervolgens kan via het instellen van de Actio Pauliana en aansprakelijkstellingen weer geld in de boedel vloeien. Op het symposium van 20 juni worden de meest belangrijke fraude-indicatoren uiteengezet. Ook worden enkele nieuwe ict-systemen gedemonstreerd die de forensische analyse vergemakkelijken.

In de tweede plaats kan ook een meer effectieve inzet van het strafrecht bij de afwezigheid van een fatsoenlijke administratie een “quick win” opleveren bij de bestrijding van faillissementsfraude. Zeker indien de strafbepalingen worden gemoderniseerd en vereenvoudigd. De wetgever is daar nu mee bezig. Naast de aangifte door de curator van het feit dat een fatsoenlijke administratie ontbreekt, zijn daarvoor weinig opsporingshandelingen nodig. De gewone districtskorpsen van de politie zijn uitstekend in staat om in deze gevallen met een beperkte inzet een succesvolle strafrechtelijke vervolging mogelijk te maken. De combinatie van een lege boedel en het ontbreken van een  fatsoenlijke administratie is dan geen garantie meer voor een vrije aftocht.

Wat of wie is in uw juridisch bestaan uw bron van inspiratie?

De grondlegger van ons Wetboek van Strafrecht, Minister van Justitie Modderman. Ik was bij het schrijven van mijn dissertatie destijds verrast door zijn heldere en intelligente toelichtingen op het ontwerp van het Wetboek van Strafrecht. Ook waardeer ik mijn promotor Geert Corstens; niet alleen om zijn juridisch inhoudelijke werk, maar misschien nog meer omdat hij op beslissende momenten stelling durft te nemen in het politieke debat.

Wat is het hoogtepunt in uw juridische carrière?

Mijn benoeming tot hoogleraar Faillissementsfraude. Dat voelde als een erkenning voor de door mij al jarenlang gepredikte noodzaak om faillissementsfraude aan te pakken en natuurlijk ook voor mijn eerdere inspanningen op dat vlak.

Welk wetsartikel vindt u het mooist?

Artikel 94a Wetboek van Strafvordering, omdat het “veiligstellen” van crimineel vermogen zo lastiger is geworden.

Welk wetsartikel het slechtst?

Artikel 344 Sr. Onbegrijpelijk en hopeloos verouderd.

Welke juridische website raadpleegt u vaak?

Porta iuris

Welk boek las u het laatst?

Eva Vriend, Het nieuwe land. Over de ontginning van de Flevopolder. Ik verbaasde over het planmatige van de inrichting, zelfs bij de keuze van de bewoners.

Met wie zou u een gevangeniscel willen delen?

Het hangt ervan af met welk doel. Op werktechnisch vlak met Minister Opstelten. Hij is moeilijk te “vangen”, maar dan zou ik met hem een boom  kunnen opzetten over wat er verder moet gebeuren om de bestrijding van faillissementsfraude tot een succes te maken.

Delen:

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Meest gelezen berichten

Van onze kennispartners

Juridische vacatures

Scroll naar boven