Zwarte Piet en de monstertruck

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Wat hebben zwarte piet en de monstertruck met elkaar te maken? Op het eerste gezicht niets. Toch is er een juridische link tussen de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 12 november 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:4117) over zwarte piet en de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 28 oktober 2015 (ECLI:NL:RBOVE:2015:4792) over de monstertruck in de gemeente Haaksbergen.

Die truck is op 28 september 2014 het publiek ingereden, met dramatische gevolgen. De link tussen de twee uitspraken zit in het afwijken van het belanghebbende-begrip in de Awb. In de uitspraak over zwarte piet stuitte de Afdeling op het probleem dat de appellant strikt genomen geen belanghebbende was bij de evenementenvergunning voor de Sinterklaasintocht in Amsterdam in 2013. Om aan de rechtmatigheid van de vergunning toe te kunnen komen, hanteert de Afdeling een aantal argumenten, o.a. dat de kwestie een zaaksoverstijgend maatschappelijk en juridisch belang heeft, dat alle partijen hebben gevraagd om een inhoudelijk oordeel, en dat de uitkomst niet alleen van belang is voor de burgemeester van Amsterdam maar voor alle burgemeesters. De Afdeling zal niet hebben verwacht dat een rechtbank eenzelfde redenering zou toepassen. Toch is dat precies wat is gebeurd in de monstertruck-uitspraak. De eisers bij de rechtbank waren gezinsleden van één van de personen die als gevolg van het ongeluk is overleden. Bezoekers van een evenement zijn doorgaans geen belanghebbende bij een evenementenvergunning. Om voor hen toch de rechtmatigheid van de vergunning te kunnen beoordelen overweegt de rechtbank dat sprake is van (zeer) bijzondere omstandigheden, vergelijkbaar met die in de uitspraak over zwarte piet. De rechtbank komt tot de conclusie dat een ieder van wie aannemelijk moet worden geacht dat hij in ernstige mate rechtstreeks is getroffen door het ongeval en daarvan letsel heeft ondervonden, als belanghebbende bij het besluit tot vergunningverlening moet worden aangemerkt. Naar verluid is tegen de uitspraak geen hoger beroep ingesteld. Dat is spijtig in die zin dat onduidelijk blijft of de rechtbank terecht is afgeweken van het belanghebbende-begrip. Verder is onduidelijk wat de positie is van een slachtoffer, die door de uitspraak van de rechtbank te weten komt dat hij belanghebbende is bij de vergunning, maar die daartegen niet is opgekomen. Loopt die persoon bij een eventuele schadeclaim aan tegen de Kaveka / Apeldoorn-lijn van de Hoge Raad over de subjectieve rechtmatigheid van het vernietigde besluit? Kan dat slachtoffer alsnog bezwaar en beroep instellen met een beroep op verschoonbare termijnoverschrijding?

Zie ook de recente columns over de gaswinning in Groningen en de correctie Langemeijer in het bestuursrecht.

Delen:

Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook
Share on whatsapp
Share on email

Het belangrijkste nieuws wekelijks in uw inbox?

Abonneer u op de Mr. nieuwsbrief: elke dinsdag rond de lunch een update van het nieuws van de afgelopen week, de laatste loopbaanwijzigingen en de recentste vacatures. Meld u direct aan en ontvang elke dinsdag de Mr. nieuwsbrief.

Over Mr.

Mr. is hét platform voor juristen. Mr. bericht over actuele zaken in de juridische wereld en belicht en becommentarieert deze vanuit een onafhankelijke positie. Mr. richt zich op alle in Nederland actieve juristen en WO-rechtenstudenten..

Volg MR. op social media

Service menu

Contactgegevens

Uitgeverij Mr. bv
Paul Krugerkade 45
2021 BN Haarlem
Uitgever: Charley Beerman
E-mail: beerman@mr-magazine.nl

Scroll naar top